2    De menselijke geest

De oorsprong van de menselijke geest
Willem Frankenhuis
- 4 reacties

Het dilemma van de vrije wil in de forensische psychiatrie
Marleen Nagtegaal
- 1 reactie

Gesitueerde Expertise
Erik Rietveld
- 6 reacties

De wreedheid van kinderen
Merel Schogt
- 4 reacties

Zijn wij anders dan Nazi-beulen?
Daniel Paarlberg
- 3 reacties

Evolutie en cognitieve functies
Michiel van Lambalgen

Op naar een rijkere evolutionaire psychologie
Annemie Ploeger
- 11 reacties

'Darwin hat den Geist vergessen!'
Machiel Keestra

Column: Hebben wij een ziel te verliezen?
Ed P.J. van den Heuvel
- 10 reacties

colofon  issn 1879-8144  12 oktober 2004

Alle edities   Vakgebieden            
English   Over Blind       Vacatures
Volg ons:               
© 2004–2019 Blind    disclaimer   cookies

 

BLIND
2
 online interdisciplinair tijdschrift  
BLIND 2
alle edities      



zoeken + vakgebieden       



random editie       



vorige editie       



volgende editie       
naar boven       

Erik Rietveld bespreekt in dit artikel zijn doctoraalscriptie wijsbegeerte. Hierin analyseert hij het werk van Ludwig Wittgenstein, Maurice Merleau-Ponty en Hubert Dreyfus. Volgens hem zou er in de neurowetenschappen meer aandacht besteed moeten worden aan het handelen van experts, zoals dat in de fenomenologie gebeurt. Hiervoor zouden de neurowetenschap en de filosofie dichter bij elkaar moeten komen.

Erik Rietveld is econoom, filosoof en doet nu de master Cognitive Sciences aan de Universiteit van Amsterdam.


Lees het artikel

BLIND 2 - De menselijke geest
sluiten


Redactie

Willem Frankenhuis
Judith Molenaar
Matthijs Sala
Daniel Paarlberg
Arno Verweij


Redactieraad

prof. dr. Johan van Benthem
prof. dr. Jose van Dijck
Syb Groeneveld
prof. dr. Michel Haring
prof. dr. Ed van den Heuvel
drs. Machiel Keestra
dr. Bernard Kruithof


klik hier voor huidige redactie


sluiten

Gesitueerde Expertise

Een Analyse van Beschrijvingen van L. Wittgenstein, M. Merleau-Ponty en H. Dreyfus

              
alle bijdragen van deze auteur
korte inleiding & meer over de auteur
all articles by this author
short intro & about the author
artikel door Erik Rietveld

”The living physiology of the nervous system can only be understood by starting from phenomenal givens.” M. Merleau-Ponty, The Structure of Behavior

”De aspecten van de dingen die voor ons het meest belangrijk zijn blijven ons door hun eenvoud en alledaagsheid verborgen. (Je merkt het niet op, - omdat je het altijd voor ogen hebt.) De eigenlijke grondslagen van zijn onderzoek vallen iemand helemaal niet op. Tenzij dat hem ooit is opgevallen.” L. Wittgenstein, Filosofische Onderzoekingen


Mijn doctoraalscriptie Wijsbegeerte sluit aan bij een stroming binnen de cognitieve wetenschappen die het begrip ‘cognitie’ wil herinterpreteren. Dit nieuwe paradigma, dat soms ‘enactive cognition’ genoemd wordt, start vanuit een besef van het belang van belichaamde kennis (know-how) die in concrete situaties tot uitdrukking komt, en wil de rol van eerste persoonservaring voor adequaat handelen erkennen en begrijpen (Varela, Thompson & Rosch, 1991). Binnen dit nieuwe paradigma is cognitie primair gesitueerd (in een concrete situatie binnen een praktijk, binnen een cultuur), belichaamd, dynamisch en geleefd (ervaren) (Varela, 1999, p.6/7; Keijzer, 2002, p. 298). De kern van cognitie verschuift zo van een intern denkproces naar het intelligente handelen van organismen met een zenuwstelsel (Keijzer, 2002). Hierbij wordt het belang van denkprocessen overigens uitdrukkelijk niet ontkend, maar verliezen deze wel hun prioriteit aan perceptie-actie-koppelingen die de kern uitmaken van het handelende systeem. Overigens vraagt een dergelijke vernieuwde opvatting van cognitie, nog meer dan voorheen, om een interdisciplinaire aanpak. Voor het begrijpen van zelfs een eenvoudige handeling, zoals bijvoorbeeld het grijpen van een bierglas, is het nu gewenst om aandacht te besteden aan onder andere: de neuronale en fysiologische basis van deze vaardigheid; de eerste persoonservaring die iemand kan hebben wanneer het glas dreigt weg te glijden uit zijn of haar hand; niet-lineaire dynamische systeemtheorie voor het modelleren van het zelf-organiserende proces dat leidt tot gecoördineerde activiteit van verschillende hersengebieden; en tot slot de vele factoren van de concrete situatie die van invloed zijn op de adequate uitvoering van de handeling. Vanuit een dergelijk kader benader ik in mijn scriptie het onderwerp alledaags handelen, om te komen tot een beter begrip daarvan.

Ons alledaagse handelen heeft de vorm van een impliciet: “Ik weet de weg”. Met betrekking tot de meeste situaties in ons alledaagse leven handelen we zonder deliberatie of interpretatie; we doen gewoon wat er gegeven de omstandigheden gedaan moet worden. We stappen in en uit de tram, begrijpen onmiddellijk een verkeersbord of stoppen iemand die bij het oversteken een auto niet ziet aankomen. Het is opmerkelijk dat deze alledaagse handelswijze sterke overeenkomsten vertoont met het vaardige handelen van experts in allerlei praktijken. In beide gevallen is het onmiddellijke adequate handelen mogelijk doordat ons lichaam een enorme hoeveelheid know how verenigt die in de concrete handelingssituatie tot uitdrukking komt. We kunnen dan ook spreken over respectievelijk alledaagse en vakspecifieke expertise. Door vakspecifieke expertise in concrete situaties te onderzoeken, kunnen we veel leren over ons alledaagse handelen.

De meeste aspecten van onze alledaagse omgang met de dingen zijn voor ons zo vertrouwd dat wij normaal gesproken geheel niet zien hoe wij adequaat gedrag genereren. Een goed inzicht hierin is echter voor de cognitieve (neuro)wetenschappen wel degelijk van groot belang. Veel van het onderzoek dat daar plaatsvindt moet uiteindelijk immers leiden tot verbetering van het alledaagse leven van bijvoorbeeld revaliderende patiënten met hersenletsel, of betere prestaties van bijvoorbeeld topsporters of gewone mensen. Maar een dergelijke ‘verbetering’ moeten we vooral niet te abstract zien. Een beter leven wordt primair door een individu geleefd in concrete situaties. Hierbij neemt de doorleefde eerste persoonservaring een centrale plaats in; een object of een situatie wordt hier en nu als goed of niet goed ervaren. Gegeven de huidige (beperkte) opvatting van het concept ‘natuur’ binnen de natuurwetenschappen, die geen plaats inruimt voor de doorleefde eerste persoonservaring, is het precies hier dat de filosofie, en dan met name de fenomenologie, de cognitieve (neuro)wetenschappen fundamentele inzichten kan bieden die zij zichzelf niet kan verschaffen. Vandaar dat de onderzoeksvraag waarmee ik de filosofie in mijn scriptie tegemoet treed, luidt: Wat zijn de belangrijkste kenmerken van het geïnvolveerde adequate handelen van de (alledaagse) expert in de concrete situatie? Geïnvolveerd handelen kunnen we omschrijven als de vertrouwde omgang met de dingen, welke niet delibererend van aard is, maar gekenmerkt wordt door een zekere onmiddellijkheid (denk aan de wijze waarop je zojuist op je stoel bent gaan zitten).

Ik beantwoord deze vraag door middel van een analyse van beschrijvingen van Ludwig Wittgenstein, Maurice Merleau-Ponty en Hubert Dreyfus. Ik laat zien dat de besproken teksten van deze filosofen (zie literatuurlijst) er op wijzen dat een dergelijk handelen van experts zich op een bijzondere manier afstemt op de omgeving. Volgens deze beschrijvingen bezit de geïnvolveerd handelende expert een gevoel voor de juiste handelswijze, zodat het handelen doelgericht kan zijn, zonder dat er een expliciete representatie van het doel is. Deze afstemming is een vorm van intentionaliteit of geïnvolveerde omgang met de dingen die een waarderend karakter heeft en een sensitiviteit voor een adequate handelswijze omvat. Ik introduceer hiervoor de term ‘waarderende afstemming’. Het voorbeeld van Wittgensteins kleermaker verheldert de rol die een belangrijke normatieve emotie (gerichte ontevredenheid) hierbij speelt. Aandacht voor concrete situaties is noodzakelijk om dit fenomeen goed in het vizier te krijgen. Wittgensteins uitmuntende kleermaker heeft een gevoel ontwikkeld voor de juiste breedte van de stof voor een onderdeel van een kostuum. In zijn omgang met de stof maakt hij onmiddellijk de subtiele onderscheidingen waar de situatie om vraagt en houdt zo rekening met bijvoorbeeld de kenmerken van de stof en de persoon die het kostuum gaat dragen. Hij hoeft daarover verder echter niet na te denken; hij snijdt gewoon. De kleermaker stuurt dit dus niet actief door middel van bijvoorbeeld zijn persoonlijk smaak, ook niet door expliciete vergelijking met een expliciete norm, maar snijdt zoals hij snijdt omdat hij het zo als juist ervaart, terwijl hij daarentegen breder als te breed en smaller als te smal ervaart. De doorleefde eerste persoonservaring van de expert-gericht-op-het-object-in-context speelt dus een belangrijke rol bij oriëntatie op verbetering of juistheid van het object. Juist is wat de (altijd al gesocialiseerde) expert in de concrete situatie tevreden stemt en deze voortdurende waardering van het object komt tot stand in interactie met enorm veel contextuele factoren.

Vanuit een achtergrond van vertrouwdheid met de omgeving en vele geïncorporeerde vermogens, kan er in de concrete situatie hier en nu, zonder dat denkprocessen een rol spelen, doelgericht en adequaat gehandeld worden. Bijzonder is dat deze complexe afstemming zeer snel (binnen enkele tienden van een seconde) kan gebeuren. Bij het realiseren van deze juiste handelswijze speelt het lichaam een bijzondere dubbelrol. Enerzijds omdat het lichaam als fysieke structuur de know how ‘draagt’, en anderzijds omdat het een sensitiviteit bezit voor het adequaat handelen. Wanneer het handelen zich al doende in de juiste richting beweegt, neemt de doorleefde ervaring van ontevredenheid met de uitgangssituatie af, en een adequaat resultaat gaat vaak gepaard met een ervaring van tevredenheid. In de gerichtheid op (of omgang met) het object profiteert de (alledaagse) expert dus van een bijzondere vorm van belichaamde feedback die zijn/haar handelen oriënteert op adequaatheid.

Gezien het belang van een dergelijk ‘gevoel voor hoe het gaat’ voor de (zelf)organisatie van adequaat gedrag, pleit ik voor meer aandacht voor de neuronale basis hiervan. Ik laat zien dat Merleau-Ponty reeds in de eerste helft van de jaren veertig van de vorige eeuw tot een inzicht kwam dat nu relevanter is dan ooit en tegenwoordig centraal staat in de dynamische systeem theorie, namelijk dat het zenuwstelsel op dynamische en zelf-organiserende wijze gekoppeld is aan de rest van het lichaam en de omgeving. Een adequate omgang met de dingen kan door de geïnvolveerd handelende expert worden gerealiseerd doordat het door het zenuwstelsel aangestuurde gedrag voortdurend de afstemming en organisatie van het systeem lichaam-omgeving realiseert. Hierbij lijkt met name de proprioceptie (traditioneel het gevoel van positie en beweging van eigen lichaamsdelen), in een vernieuwde en zeer brede zin die betrekking heeft op de situationele positie van het organisme dat een taak verricht, meer aandacht van neurowetenschappers en neurofilosofen te verdienen vanwege de bijdrage van deze feedback aan een onmiddellijke oriëntatie op een adequate taakuitvoering in de concrete situatie.

Lees nóg een artikel over

filosofie

neurowetenschap


of lees verder in

of deel

                   

Noten en/of literatuur

Dreyfus, H.L. “Intelligence Without Representation – Merleau-Ponty’s Critique of Mental Representation: The relevance of phenomenology to scientific explanation.” Phenomenology and the Cognitive Sciences 1: 367-383, 2002.
Keijzer, F.A. Naar een Herinterpretatie van Cognitie: Gesitueerd, Belichaamd en Dynamisch. Algemeen Nederlands Tijdschrift voor Wijsbegeerte, 94, nr 4. p. 296-301, 2002.
Merleau-Ponty, M. The Structure of Behavior. Pittsburg: Duquesne University Press, 1983 (1942).
Merleau-Ponty, M. Fenomenologie van de Waarneming. Amsterdam: Ambo, 1997 (1945).
Varela, F.J. Ethical Know-How: Action, Wisdom, and Cognition. Stanford: Stanford University Press, 1999 (1992).
Varela, F.J., E. Thompson & E. Rosch. The Embodied Mind: Cognitive Science and Human Experience. Cambridge, MA: MIT Press, 1991.
Wittgenstein, L. “Lectures on Aesthetics”, in: Lectures and Conversations on Aesthetics, Psychology and Religious Belief. Oxford: Blackwell, p. 1-40, 1978.
Wittgenstein, L. Filosofische Onderzoekingen. Amsterdam: Boom, 2002 (1953).

Reactie van Arjen Noordhof

Geplaatst op 18 oktober 2004 om 14:14:08

Lijkt me een interessante en belangwekkende scriptie. Zou je me een electronische versie willen mailen, of zou er een link met de gehele scriptie kunnen komen?


Reactie van Erik Rietveld

Geplaatst op 22 oktober 2004 om 08:55:31

Beste Arjen, Ik heb je een e-mail gestuurd. Erik


Reactie van Arno

Geplaatst op 6 november 2004 om 14:35:16

Voor mij wordt door dit artikel duidelijk hoe het gedachtengoed van Wittgenstein relevant kan zijn voor de cognitiewetenschap: de interpretatie van prikkels/woorden gebeurt in principe impliciet ('in het gebruik'), ookal is het soms misschien mogelijk dit expliciet te maken. Toch roept het artikel bij mij ook enkele vragen op, waarvan ik benieuwd ben of de auteur of anderen daar een antwoord op hebben.Er wordt aan het eind van het artikel gesproken over "een belichaamde feedback die zijn/haar handelen [van een expert] oriënteert". Wat wordt bedoeld met 'belichaamd'? Ik heb niet de indruk dat hier 'reflexmatig' wordt bedoeld, i.e. zonder dat er aandacht voor nodig is. Want als een kleermaker er met zijn gedachten niet bij is, snijdt hij de stof verkeerd of misschien zelfs in zijn vingers. Wordt er hier bedoeld dat hersenen ook een onderdeel van het lichaam zijn en dat niet alle mentale processen bewust zijn?


Reactie van Erik Rietveld

Geplaatst op 18 november 2004 om 15:43:28

Beste Arno,Aangezien mijn eerdere reactie op jouw bericht spoorloos is, toch nog even een korte samenvatting van mijn eerdere antwoord. Belichaamd is hier niets mysterieus of ingewikkelds: de kleermaker is georienteerd op het object en in het pre-reflexieve handelen profiteert hij van een feedback ten aanzien van de positie die hij inneemt ten opzichte van dat object. Mede dankzij het brein/lichaam is het mogelijk dat hij een onmiddellijk besef heeft van houding en gezichtsexpressie. In mijn scriptie werk ik dit uit met behulp van Merleau-Ponty's notie 'lichaamsschema'. Daar blijkt dat dergelijke feedback niet los staat van dat waar de handelende persoon om geeft; van de taak.Neurowetenschappelijk sluit Damasio's werk (bijvoorbeeld 'The feeling of what happens') hier trouwens redelijk goed bij aan. Een van de vragen die het fenomeen dat we hier op het oog hebben oproept, is hoe we het handelen moeten karakteriseren. Verschillende begrippen (reflexmatig, intuitief, instinctmatig, automatisch) roepen bij velen associaties op die vaak niet kloppen. Ik ben het met je eens dat het niet reflexmatig is indien je daarbij een pure reflex bedoelt (zoals de pupil die groter of kleiner wordt). Inmiddels is het echter duidelijk dat er relatief weinig pure reflexen bestaan (het praatje dat Fred Keijzer morgen, 19/11, in Amsterdam komt geven, gaat hier over). Wittgenstein zelf karakteriseert dergelijk vaardig handelen in vertrouwde situaties soms als instinctief. Hierbij moet je echter in het achterhoofd houden dat voor Wittgenstein het instinct van een vakman ook sociale kanten heeft; het is gevormd binnen een sociale praktijk niet los te zien van de menselijke natuurlijke historie die eveneens gekenmerkt wordt door een verwevenheid van biologische en sociaal-culturele aspecten.Ik denk, tot slot, trouwens dat de kleermaker met zijn gedachten wel degelijk ergens anders kan zonder zich in de vingers te snijden. Toen jij laatst met mes en vork at, was jij waarschijnlijk ook niet met jouw gedachten bij het mes. Toch vloeide er geen bloed.Erik


Reactie van Theo Niessen

Geplaatst op 28 maart 2012 om 21:35:06

Beste Erik, Graag zou ik meer werk van je willen lezen. De materie die beschrijft boeit me enorm in relatie tot de ethische vorming van gezondheidszorgmedewerkers. Ik hoop dat ik je scriptie mag ontvangen om hier meer over te weten te komen. Groet je hartelijk,Theo Niessen


Reactie van Theo Niessen

Geplaatst op 28 maart 2012 om 21:35:13

Beste Erik, Graag zou ik meer werk van je willen lezen. De materie die beschrijft boeit me enorm in relatie tot de ethische vorming van gezondheidszorgmedewerkers. Ik hoop dat ik je scriptie mag ontvangen om hier meer over te weten te komen. Groet je hartelijk,Theo Niessen


Reageren




De redactie behoudt zich het recht voor om reacties in te korten of te verwijderen indien daar reden toe is.


           


Lees nóg een artikel over

filosofie

neurowetenschap



Alle edities   Vakgebieden  
             
Wilt u op de hoogte gehouden worden van nieuwe edities en activiteiten van Blind? Meldt u aan voor onze digitale nieuwsbrief:



Het e-mailadres wordt alleen gebruikt voor toezending van de e-mail met de links naar de nieuwe editie. Het adres staat opgeslagen bij MailChimp. MailChimp hanteert een eigen privacybeleid waarmee u instemt als u zich abonneert op onze nieuwsbrief. Elke nieuwsbrief toont een link waarmee toezending kan worden gestopt. Om uw adres eventueel nog te laten verwijderen uit het opzeggingenbestand stuurt u een e-mail aan redactie@ziedaar.nl.