10    Taal als instrument

De pen als penseel
Leonie Wolthuis
- 2 reacties

Zegt een beeld meer dan duizend woorden?
Dorien de Wit

Verstoord perspectief
Elisa Hermanides

Organizational discourse in de affaire Lubbers
Jelle Zoon
- 2 reacties

Onbegrip in de rechtbank
Jorien Bakker
- 1 reactie

Taal als vanzelfsprekend instrument – zonder meer?
Antje Orgassa

De taal van tellen
Jacobien Carstens en Daan Janssen
- 1 reactie

Taal en werkelijkheid: Einstein versus Bohr
Klaas Landsman
- 3 reacties

Collegeverslag 'Ethiek van DNA tot 9/11'
Hanneke Posthumus

colofon  issn 1879-8144  9 januari 2007

Alle edities   Vakgebieden            
English   Over Blind       Vacatures
Volg ons:               
© 2004–2019 Blind    disclaimer   cookies

 

BLIND
10
 online interdisciplinair tijdschrift  
BLIND 10
alle edities      



zoeken + vakgebieden       



random editie       



vorige editie       



volgende editie       
naar boven       

Een belangrijke functie van taal is het beschrijven van onze omgeving. Natuurkundigen hebben in feite eenzelfde doel voor ogen: zij trachten een accurate beschrijving te geven van onze werkelijkheid opdat we die beter kunnen begrijpen. Zoals blijkt uit de geschiedenis is dit een zeer succesvolle aanpak: de natuurkunde is nu zelfs in staat om op wiskundige wijze delen van onze omgeving te beschrijven die wij als mens niet eens kunnen waarnemen. Een voorbeeld hiervan is de wereld van de allerkleinste deeltjes die wordt bestudeerd met behulp van de kwantummechanica. Deze manier van nadenken over de werkelijkheid is echter heel anders dan die van de klassieke natuurkunde, die meer aansluit bij onze dagelijkse beleving. Kan de 'taal' van de kwantummechanica dan wel een voldoende bevredigende beschrijving bieden van de ons bekende klassieke verschijnselen? Deze vraag was onderwerp van een beroemd debat tussen de natuurkundigen Einstein en Bohr. Aan de hand van dit debat laat Klaas Landsman zien hoe over taal, natuurkunde en werkelijkheid nagedacht kan worden.

Nicolaas Pieter (Klaas) Landsman behaalde in 1985 zijn doctoraaldiploma natuurkunde met wiskunde en sterrenkunde aan de Universiteit van Amsterdam. In 1989 promoveerde hij daar in de theoretische hoge-energiefysica. Sinds 2004 is hij hoogleraar Analyse aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Zijn onderzoeksgebieden zijn de mathematische fysica en in mindere mate de geschiedenis en filosofie van de natuurkunde.


Lees het artikel

BLIND 10 - Taal als instrument
sluiten

Hoofdredactie

Elisa Hermanides
Arno Verweij


Eindredactie

Inge van der Bijl


Redactie

Jorien Bakker
Iris Groen
Hanneke Posthumus


Redactieraad

prof. dr. Johan van Benthem
drs. Kim van den Berg
dr. Casper de Groot
prof. dr. Michel Haring
prof. dr. Ed van den Heuvel
drs. Machiel Keestra
dr. Bernard Kruithof


klik hier voor huidige redactie


sluiten

Taal en werkelijkheid: Einstein versus Bohr

              
alle bijdragen van deze auteur
korte inleiding & meer over de auteur
all articles by this author
short intro & about the author
artikel door Klaas Landsman

Albert Einstein (1879-1955) was een van de belangrijkste vernieuwers in de geschiedenis van de wetenschap. Met zijn speciale relativiteitstheorie uit 1905 rekende hij al af met de statische opvattingen over ruimte en tijd die de natuurkunde sinds Newton hadden gedomineerd. Tien jaar later schoof hij ook diens theorie van de zwaartekracht terzijde ten gunste van de nog veel spectaculairdere algemene relativiteitstheorie: deze theorie is een hoogtepunt in het menselijk denken. Het heelal - sinds de oude Grieken beschouwd als een oase van rust en volmaaktheid waarin de planeten en sterren soeverein hun eeuwige banen doorlopen - wordt nu gezien als een kolkende substantie die kan inkrimpen en uitdijen, vol van levenloos leven als het ware. Het is dankzij deze beschrijving van het heelal dat zoiets als een oerknal of een zwart gat denkbaar kon worden. Bovendien legde Einstein de basis voor de andere grootscheepse vernieuwing van de natuurkunde in de twintigste eeuw, de kwantumtheorie: wetenschapshistorici zijn het er nu over eens dat niet Planck maar Einstein als de grondlegger van deze theorie moet worden beschouwd (Kuhn, 1978; Büttner et al., 2003).

Het is daarom opmerkelijk dat Niels Bohr (1885-1962) en zijn coterie er in zijn geslaagd de indruk te wekken dat Einstein op latere leeftijd een reactionair denker was die in het verleden leefde. (Bohr was naast Einstein de tweede centrale figuur in de vroege ontwikkeling van de kwantumtheorie.) Ofschoon Bohr zelf beleefd bleef, lieten zijn woordvoerders weinig heel van de man die ooit hun grote voorbeeld was: Rosenfeld sprak bijvoorbeeld van Einsteins 'habits of thought belonging to a glorious but irrevocably bygone age in the evolution of science', terwijl Pauli het de inkt van zijn pen nog niet waard vond om Einsteins arme hersentjes de kwantummechanica bij te brengen (zie Landsman, 2006, voor volledige citaten en bronvermelding). Deze visie op de oudere Einstein vindt men ook in de bekendste wetenschappelijke biografie van Einstein (Pais, 1982), die dan ook is geschreven door een onmiskenbare slippendrager van Bohr (Pais, 1991). Hoe is dit mogelijk? Raakte het grootste brein van de twintigste eeuw daadwerkelijk vroegtijdig in de war?

Het beeld van Einstein dat op deze manier tot stand is gekomen is grotendeels een gevolg van zijn vermeende nederlaag in het beroemde debat dat hij tussen 1927 en 1949 voerde met Bohr. Over dit debat bestaat een grote hoeveelheid literatuur, die begint met de uiteenzettingen van de protagonisten zelf (Bohr, 1949; Einstein, 1949) en nog steeds niet aflaat; zie bijvoorbeeld Whitaker (1996), Held (1998), Beller (1999) en Landsman (2006). Waar ging het debat over? Het primaire onderwerp was de vraag of de kwantumtheorie een volledige beschrijving van de natuur geeft. Dit is gedeeltelijk een technische vraag, waarop het antwoord te maken heeft met science-fictionachtige zaken als EPR-correlaties. Bovendien is het antwoord moeilijk te geven zonder gedetailleerde kennis van het wiskundige formalisme van de kwantumtheorie, en zelfs dan blijft het antwoord dubbelzinnig en hangt het af van de precieze manier waarop de vraag gesteld wordt (Landsman, 2006). Onderdeel van de technische discussie is de kwestie of het toevallige, onvoorspelbare karakter dat door de kwantumtheorie aan processen zoals radioactiviteit of doorlating van licht door een polaroidbril wordt toegeschreven, zuiver is, of dat dit karakter slechts een gevolg is van onze onwetendheid over achterliggende fysische processen. Het is echter ook een conceptuele vraag, waarbij precies moet worden geanalyseerd wat met een 'beschrijving' wordt bedoeld.

In de klassieke natuurkunde, die de macroscopische wereld om ons heen beschrijft, is een dergelijke analyse vrijwel overbodig: onze natuurlijke taal sluit aan bij onze waarneming en is in staat deze ondubbelzinnig te beschrijven. De wiskundige taal is bij Newton niet strikt noodzakelijk voor de beschrijving van de klassieke wereld: men kan een ellipsvormige planeetbaan wiskundig karakteriseren, maar men kan haar ook gewoon tekenen of aanschouwen. De wiskunde is pas onmisbaar voor de berekening van de klassieke wereld. De situatie in de kwantumfysica is anders, omdat iedere poging tot visualisatie van de microscopische wereld misleidend is en beter achterwege gelaten kan worden (Heisenberg, 1969): vergeet de schoolboekenplaatjes van atomen als miniatuurzonnestelsels of - slechts weinig minder ongepast - als marihuanawolken alsjeblieft zo snel mogelijk! De enige geldige beschrijving van de kwantumwereld lijkt dan een zuiver wiskundige. Maar als dat zo is, dringt de vraag zich op of een dergelijke beschrijving nog wel betrekking kan hebben op enige vorm van werkelijkheid. Afgezien van hun uiteenlopende visies op het fundamentele karakter van toeval in de natuur, is het het antwoord op déze vraag dat Einstein en Bohr tot hun dood bleef scheiden: 'Yet, a certain difference in attitude and outlook remained', zoals Bohr zelf met karakteristieke diplomatie schreef (Bohr, 1949, p. 206).

Kentheoretisch gesproken was Einstein een realist, zij het allerminst een van de naïeve soort. Hij hield met opmerkelijke passie en hardnekkigheid vast aan een onafhankelijk van de waarnemer staande realiteit, en drukte zich talloze malen op de volgende wijze uit: 'Der Glaube an eine vom wahrnehmenden Subjekt unabhängige Außenwelt liegt aller Naturwissenschaft zugrunde.' (Einstein, 1982, p. 159). Maar, zo vervolgde hij dan, die werkelijkheid wordt ons niet op een presenteerblad aangeboden. We moeten haar reconstrueren: 'Das Wirkliche ist uns nicht gegeben, sondern aufgegeben (nach Art eines Rätsels).' (Einstein, 1949, p. 680) Bij deze reconstructie speelt voor Einstein echter niet de gewone maar de wiskundige taal de beslissende rol. Zó had hij in 1915 de kosmos met behulp van een zeer geavanceerde vorm van meetkunde beschreven en zó zag hij ook tot zijn laatste snik de kwantumwereld. Dit geloof in de kracht van de wiskunde als middel om de werkelijkheid achter de verschijnselen te beschrijven plaatst Einstein in de door Plato gegrondveste denktraditie. Het is daarin niet noodzakelijk dat deze werkelijkheid ook nog een aanschouwelijke of linguïstische beschrijving heeft; de wiskundige benadering staat op zichzelf en geeft in afwezigheid van gewone taal of visualisatie ook een volledige beschrijving.

Hoewel we ons hiermee buiten de natuurwetenschap begeven, is het bewuste geloof in de kracht van de wiskunde naar mijn smaak het fraaist verwoord door E.T.A. Hoffmann (1810): 'Die Musik schließt dem Menschen ein unbekanntes Reich auf, eine Welt, die nichts gemein hat mit der äußern Sinnenwelt, die ihn umgibt (...) So öffnet uns auch Beethovens Instrumentalmusik das Reich des Ungeheuern und Unermeßlichen.' Indien men hier Hoffmanns 'unbekanntes Reich' door de kwantumwereld vervangt en de muziek van Beethoven door de wiskunde, kan men zich plotseling voorstellen hoe Einstein - zelf overigens liefhebber van Mozart - die microwereld zag. Het wiskundig formalisme van de kwantummechanica is een (voorlopige) beschrijving van de microwereld. Het feit dat Einstein dit formalisme niet als de definitieve maar als een voorlopige beschrijving van de kwantumwereld zag, doet niets af aan zijn standpunt over de geldigheid van een wiskundige beschrijving op zich.

Ook de kentheoretische positie van Bohr is lastig te karakteriseren: hij is in de literatuur onder andere als realist, antirealist, idealist, kantiaan en neokantiaan neergezet. De obscuriteit van zijn geschriften heeft hier mogelijk toe bijgedragen, maar vermoedelijk beschouwde hij al deze posities zelf als irrelevant voor de onderhavige problematiek. In een zeldzame vlaag van helderheid beschreef Bohr (1949, p. 209) zijn doctrine als volgt (in een nota bene aan Einstein opgedragen essay): 'However far the phenomena transcend the scope of classical physical explanation, the account of all evidence must be expressed in classical terms. (...) The argument is simply that by the word experiment we refer to a situation where we can tell others what we have done and what we have learned and that, therefore, the account of the experimental arrangements and of the results of the observations must be expressed in unambiguous language with suitable application of the terminology of classical physics.'

Met andere woorden, Bohr legt de mogelijkheid van een wiskundige beschrijving van de microwereld naast zich neer - ziet de wiskunde ook niet als een beschrijving van wat dan ook - en wil daarom helemaal niets zeggen over de kwantumwereld als zodanig. In het bijzonder biedt de kwantummechanica geen beschrijving van de kwantumwereld; niets biedt die, taal noch wiskunde. De kwantumwereld zelf blijft buiten schot. Bohr beperkt zich tot de beschrijving van de mogelijke invloed die de fantoomachtige kwantumwereld op de klassieke wereld heeft. Dit bedoelt Bohr met zijn opmerking dat we de 'verschijnselen die een klassieke verklaring te boven gaan, uiteindelijk in klassieke termen moeten uitdrukken'. De klassieke wereld wordt net als vroeger beschreven in de taal van de klassieke natuurkunde, die nagenoeg samenvalt met de gewone taal. De rol van de kwantummechanica (als wiskundig formalisme) is beperkt tot een soort kookboek met recepten om de bewuste invloed uit te rekenen. Deze opvatting culmineert in wat vrijwel de laatste woorden van Bohr waren: 'There is no quantum world. There is only an abstract quantum-physical description. It is wrong to think that the task of physics is to find out how nature is. Physics concerns what we can say about nature. (...) What is it that we humans depend on? We depend on our words. Our task is to communicate experience and ideas to others. We are suspended in language.' (Ottaviani & Purvis, 2004)

Waar ik de positie van Einstein door een muzikale metafoor heb geïllustreerd, past bij Bohr eerder een theologische. Op een dergelijke metafoor zinspeelde Einstein zelf door Bohr in een brief aan Schrödinger als volgt te persifleren: 'Der taldmudistische Philosoph aber pfeift auf die Wirklichkeit als auf einen Popanz der Naivität.' (Held, 1998, sect. 25) Einstein ging hier niet nader op in, maar hij zou de volgende passage uit Exodus in gedachten kunnen hebben gehad: '"Laat mij toch uw majesteit zien," zei Mozes. Hij antwoordde: "(...) ik schenk genade aan wie ik genade wil schenken, en ik ben barmhartig voor wie ik barmhartig wil zijn. Maar," zei hij, "mijn gezicht zul je niet kunnen zien, want geen mens kan mij zien en in leven blijven."' (Exodus, 33:18-20, Nieuwe Bijbelvertaling) De visie op de kenbaarheid van God die hieruit spreekt (zie ook Maimonides, 1190/1995, boek I, hoofdstuk LIV) is dat wij het opperwezen uitsluitend via zijn handelingen kennen en nooit direct - op straffe van dood wel te verstaan. Dit is precies wat Bohr zegt over de kwantumwereld: het is verboden daar direct over te spreken, het enige waar wij mensen toe in staat zijn is het beschrijven van de klassieke wereld, die via een abstract formalisme genaamd kwantumtheorie soms wordt beïnvloed door een onderliggend substraat dat voor ons eigenlijk helemaal niet bestaat. Vanuit deze theologische metafoor beschouwd, stond Einstein eerder aan de kant van Spinoza, zijn favoriete filosoof: 'Summum Mentis bonum est Dei cognitio, et summa Mentis virtus Deum cognoscere.' ('Het hoogste goed van de geest is de kennis van God, en de hoogste deugd van de geest is de kennis van God.' Spinoza, 2002, Prop. 28, pp. 380-381)

Het debat tussen Einstein en Bohr eindigde allerminst in een overwinning voor de laatste, zoals (in navolging van Bohr zelf) algemeen wordt gedacht (Pais, 1982, 1991). Het gelijk van Bohr betreft het bestaan van zuiver toeval in de natuur (Zeilinger, 2005), althans volgens een overweldigende meerderheid onder de fysici (een sektarische minderheid ontkent dit bestaan nog steeds krampachtig, zich beroepend op een superluminale overdracht van informatie waar Einstein zelf van zou gruwen). Maar deze zelfde meerderheid staat wat de mogelijkheid van een wiskundige beschrijving van de werkelijkheid betreft juist volledig aan de kant van Einstein: in de kwestie waar dit artikel in hoofdzaak over gaat was hij dus de overwinnaar. Deze twee zaken staan los van elkaar, maar zijn van vergelijkbaar belang, zodat we als uitkomst van het Bohr-Einsteindebat beter van gelijkspel kunnen spreken.

Einsteins kritiek op de kwantumtheorie geldt tegenwoordig als bijzonder goed doordacht en diepzinnig; zelfs op de punten waarin hij technisch gesproken geen gelijk had, lanceerde hij ideeën die vijftig jaar later de basis zouden vormen van de op handen zijnde technologische revolutie van de kwantuminformatica. Kortom, met het beeld dat Pais (1982) schetst van een vrijwel seniele oude man die na 1925 niets meer tot stand heeft gebracht, is inmiddels wel afgerekend. We kunnen ons hoe dan ook over Einstein en Bohr afvragen wie eigenlijk de reactionair was.

Lees nóg een artikel over

natuurkunde

wetenschap


of lees verder in

of deel

                   

Noten en/of literatuur

Beller, M., Quantum Dialogue, Chicago, 1999.

Bohr, N., 'Discussion with Einstein on epistemological problems in atomic physics', in: P.A. Schilpp (ed.), Albert Einstein: Philosopher-scientist, La Salle, 1949, pp. 201-241.

Büttner, J. et al., 'Revisiting the quantum discontinuity', zie
http://www.mpiwg-berlin.mpg.de/en/forschung/Preprints/P150.PDF

Einstein, A., 'Autobiographical notes' en 'Remarks to the essays appearing in this collective volume', in: P.A. Schilpp (ed.), Albert Einstein: Philosopher-scientist, La Salle, 1949, pp. 1-94 en 663-688.

Einstein, A., Mein Weltbild, Frankfurt, 1982.

Heisenberg, W., Der Teil und das Ganze, München, 1969.

Held, C., Die Bohr-Einstein-Debatte: Quantenmechanik und Physikalische Wirklichkeit, Paderborn, 1998.

Hoffmann, E.T.A., Beethovens Instrumentalmusik, 1810, zie http://www.raptusassociation.org/hoffmann_g.html

Kuhn, Thomas. S., Black-body Theory and the Quantum Discontinuity: 1894-1912, New York, 1978.

Landsman, N.P., 'When champions meet: Rethinking the Bohr-Einstein debate', in: Studies in History and Philosophy of Modern Physics, 37, 2006, pp. 212-242, zie http://www.math.ru.nl/~landsman/EBpubl.pdf

Maimonides, M., The Guide of the Perplexed, Guttmann, J. (ed.), Indianapolis, 1995.

Ottaviani, J. en L. Purvis, Suspended in Language: Niels Bohr’s Life, Discoveries, and the Century He Shaped, G.T. Labs, 2004.

Pais, A., Subtle is the Lord: The Science and Life of Albert Einstein, Oxford, 1982.

Pais, A., Niels Bohr’s Times: In Physics, Philosophy, and Polity, Oxford, 1991.

Spinoza, Ethica (vertaald en ingeleid door Henri Krop), Amsterdam, 2002.

Whitaker, A., Einstein, Bohr, and the Quantum Dilemma, Cambridge, 1996.

Zeilinger, A., Toeval!, Diemen, 2005.

Reactie van Maurits van den Noort

Geplaatst op 14 februari 2007 om 20:05:27

KWANTUMTHEORIE: EINSTEIN VERSUS BOHRMaurits van den Noort en Peggy Bosch“If quantum mechanics hasn't profoundly shocked you, you haven't understood it yet.”-Niels BohrMet groot interesse lazen we het artikel “Taal en werkelijkheid: Einstein versus Bohr” door K. Landsman in BLIND waarin hij ingaat op het fascinerende debat tussen Einstein (1, 2) en Bohr (3) over de grondslagen van de kwantummechanica. De kwantummechanica bracht inzicht in de wereld van het subatomaire en had verregaande gevolgen voor de hedendaagse technologische ontwikkelingen (vergelijk kwantum teleportatie, kwantum computatie en kwantum cryptografie) (4). In de kwantumtheorie van Niels Bohr (5) en Werner Heisenberg (6) is er geen plaats voor objectieve werkelijkheid. Heisenbergs “Unschärferelation” van 1927 voorspelt dat je niet naar believen bepaalde eigenschappen van deeltjes met maximale nauwkeurigheid kunt meten. Er zijn slechts subjectieve waarnemingen en de kwantummechanica doet niets anders dan het beschrijven van die waarnemingen. Er is niet zoiets als een andere werkelijkheid ‘achter’ die waarnemingen. Daarnaast is het fundamenteel uitgesloten om het effect van degene die waarneemt uit te schakelen, want de keuze die de waarnemer maakt bij het opzetten van zijn experiment bepaalt in belangrijke mate de uitkomst daarvan. Tenslotte wordt de onzekerheid van de meting begrensd door de onzekerheidsrelatie van Heisenberg (7). Echter, hoewel sommige fysici nu met de nodige arrogantie claimen dat zij de wereld ‘zo goed als’ helemaal begrepen hebben, is naar onze mening bescheidenheid geboden. Zo ontbreekt het nog altijd aan een ‘theorie van alles’ die de kwantumtheorie en de algemene relativiteitstheorie kan verenigen (8). Ook zijn de precieze consequenties van de kwantummechanica nog altijd onduidelijk. We weten bijvoorbeeld nog steeds niet of en hoe menselijke informatieverwerking en kwantummechanica gelinkt zijn (9-12). Toekomstig wetenschappelijk onderzoek moet meer inzicht verschaffen in de vraag hoe de algemene relativiteitstheorie en de kwantummechanica met elkaar verenigd kunnen worden en welke rol de mens (informatieverwerking in het brein) hierin speelt (13)? Hoewel het vermoedelijk nog een lange, interessante, multidisciplinaire wetenschappelijke zoektocht is naar een ‘theorie van alles’, als er al een dergelijke theorie mocht bestaan (8); is het wel duidelijk dat het debat tussen Albert Einstein (1, 2) en Niels Bohr (3) een grote bijdrage heeft geleverd aan de uitgangspunten van een dergelijke zoektocht.1. Einstein, A. “Autobiographical Notes” in Albert Einstein: Philosopher-Scientist. In: P. A. Schilpp (Ed.), Albert Einstein: Philosopher-scientist (pp. 1-94). La Salle, IL: Open Court (1949).2. Einstein, A. “Remarks Concerning the Essays Brought Together in This Cooperative Volume”. In: P. A. Schilpp (Ed.), Albert Einstein: Philosopher-scientist (pp. 665-688). La Salle, IL: Open Court (1949).3. Bohr, N. “Discussion with Einstein on epistemological problems in atomic physics”. In: P. A. Schilpp (Ed.), Albert Einstein: Philosopher-scientist (pp. 201-241). La Salle, IL: Open Court (1949).4. Zeilinger, A. The message of the quantum. Nature 438, 743 (2005).5. Bohr, N. Quantum Mechanics and Physical Reality. Nature 136, 1025-1026 (1935).6. Heisenberg, W. The Physical Principles of the Quantum Theory. Chicago: F.C. Hoyt (1930).7. Heisenberg, W. "Über den anschaulichen Inhalt der quantentheoretischen Kinematik und Mechanik" Zeitschrift für Physik 43, 172-198 (1927).8. Penrose, R. A theory of everything? Nature 433, 259 (2005).9. Van den Noort, M. W. M. L., Bosch, M. P. C. Brain Cell Chatter. Scientific American Mind 17(5), 4-5 (2006).10. Hameroff, S. R. Quantum Computation In Brain Microtubules? The Penrose-Hameroff "Orch OR" model of consciousness. Philosophical Transactions Royal Society London (A) 356, 1869-1896 (1998).11. Koch, C., Hepp, K. Quantum mechanics in the brain. Nature 440, 611 (2006).12. Van den Noort, M. W. M. L., Hugdahl, K., Bosch, M. P. C. Human Machine Interaction: The Special Role for Human Unconscious Emotional Information Processing. Lecture Notes in Computer Science 3784, 598-605 (2005).13. Van den Noort, M. W. M. L. (2003). The Unconscious Brain: The Relative Time and Information Theory of Emotions. Oegstgeest, the Netherlands: Citadel (2003).


Reactie van Barry NL

Geplaatst op 12 maart 2007 om 21:47:40

Ik heb een vraag met betrekking tot het bovenstaande artikel Klaas Landsman en de reactie daarop. In het beantwoorden van mijn vraag kan er vanuit gegaan worden dat ik een totale leek ben op het gebied van kwantumtheorie en natuurkunde in het algemeen.Ik heb het artikel en de reactie gelezen en heb een vraag over dat er volgens Niels Bohr en Werner Heisenberg (uit de reactie) in de kwantum mechanica 'geen plaats [is] voor objectieve werkelijkheid'.Betekent deze opmerking dat als de kwamtum mechanica correct is dat er dan geen objectieve werkelijkheid bestaat? Of betekent (alleen maar) dat de kwantum mechanica niets over de objectieve werkelijkheid zegt, maar geen uitspraken doet of deze uberhaupt bestaat?Indien de eerste mogelijkheid, dan wil ik graag weten wat er gebeurt als alle waarnemers uit de werkelijkheid verdwenen zijn. Is er dan geen objectieve werkelijkheid meer?


Reactie van Heldring J. Carel H.

Geplaatst op 10 december 2008 om 17:00:19

Rotterdam, 10 december 2008Worstelen met HeisenbergWerner Heisenberg, die in 1932 (1 jaar voor het - ‘democratisch’ ….. - aan de macht komen van Adolf Hitler) de Nobelprijs kreeg voor vooral zijn denken over (zijn ‘theorie over de’) ‘onzekerheidsrelaties’.In de sub-atomaire wereld van de deeltjes, ‘particles’ (onderzoekscentrum bijvoorbeeld CERN te Zwitserland, mede middels de ‘particle collider’ - ‘de deeltjesversneller, deeltjesbotser’ - HADRON), doet een verschijnsel, fenomeen, zich voor als - en ik gebruik hier even m’n eigen woorden - ‘dingachtig’ (het botsbare) of ‘golf’ (in verandering).En het onzekere (in eerste zin!) is dan de toestand als waarom het geschiedt (dus óf het botsbare óf in verandering).Ook waarom het ‘lokaliseren’ van het fenomeen als in onzekerheid bepaald is.Heisenberg doorziet dat kennelijk zo zeker dat hij de onzekerheids-premisse stelt.Onzekerheid binnen de context van een wetmatigheid gevat.Hoe kan het denken hierover in een wetenschappelijkheid van begrip worden geholpen, want het gaat hier mogelijk om een super interessant verschijnsel, een soort ‘dualisme’ dat in een soort verenigingswerkelijkheid (‘het veranderlijke’ ook: ‘het dingachtige in de zin’) afzonderlijke categorieën in één zin verhoudt, waarbij die ene zin de waarschijnlijkheid is van het kennen.Even intuïtief nu vlot modern gedacht denk je in veranderingszin om het hele.Zelfs een ogenblik veronderstel je ‘ziekte van de materie’, een schizofrenie, ‘de zieke steen’ …..(en uit die steen een roepen verenigd: wat is de hel dan?; zijn zonder De Christus de ‘Gij zulten’ van de 10 Geboden een verdoemenis aan het blijken?).Veronderstellen wij, lezers, een toestand van relatieve desoriëntatie, bijvoorbeeld gewichtsloosheid maar ook complexer.En er is dan een liftschacht en een lift erin die heen en weer gaat (ook Einstein gebruikte graag de lift om te verklaren).Voor de ene waarnemer gaat de lift nu naar boven (of naar links), maar voor de andere waarnemer is dat naar beneden (of naar rechts), of relatief vice versa natuurlijk (relatief betekent hier: waaraan bestaat het?).Het ‘botsbare’ is hier de gezindte van het enkele (dus het meetbare is), terwijl ‘in verandering’ als een waarneming verkent (er is). (Hoewel je hier zou kunnen spreken van de relatieve waarnemer, is het botsbare de verenkeling en een voor-waarde! Twee zijnstoestanden hebben in ‘de lift’ een enkele voorwaarde: bestaan! Mede in voorbeeld: Het schip zit vast aan de aarde middels het anker en de aarde middels hetzelfde anker bezint - dus meet aan het werkelijke - het schip. Golf en dingachtig, is verenigd in het veranderlijke aan de zin. De onzekerheid is ‘het nu’: wat is er bestaan?)Heisenberg zegt nu (per consequentie) dat je nooit met zekerheid bestaat (wat dus alleen waar is als Heisenberg dat voorziet).Heisenberg zegt: je kan nooit zeker weten ‘wanneer’ ‘wat’ is.Alleen de ononderbroken waarneming bestaat echt.Maar de ononderbroken waarneming is de waarneming die in geen enkel opzicht verandert.Waarom dus ‘de mens ononderbroken waarneming’ alleen bestaat in een zin die dat geeft!Alsof een zijns-dualisme daaraan bestaat!Carel HeldringDe redactie van Blind heeft de reactie van Carel Heldring ingekort.


Reageren




De redactie behoudt zich het recht voor om reacties in te korten of te verwijderen indien daar reden toe is.


           


Lees nóg een artikel over

natuurkunde

wetenschap



Alle edities   Vakgebieden  
             
Wilt u op de hoogte gehouden worden van nieuwe edities en activiteiten van Blind? Meldt u aan voor onze digitale nieuwsbrief:



Het e-mailadres wordt alleen gebruikt voor toezending van de e-mail met de links naar de nieuwe editie. Het adres staat opgeslagen bij MailChimp. MailChimp hanteert een eigen privacybeleid waarmee u instemt als u zich abonneert op onze nieuwsbrief. Elke nieuwsbrief toont een link waarmee toezending kan worden gestopt. Om uw adres eventueel nog te laten verwijderen uit het opzeggingenbestand stuurt u een e-mail aan redactie@ziedaar.nl.