16    Toekomst

Interview: Denken over de toekomst
Martin Olsthoorn
- 1 reactie

Alleen Max Havelaarkoffie is niet genoeg
Elisa Hermanides
- 1 reactie

Wat zal de toekomst brengen: opwarming of afkoeling?
Hans Labohm
- 1 reactie

Ruslands toekomst tussen dictatuur en democratie
Max Bader
- 3 reacties

De verkiezingen in Amerika en de wereld kijkt mee
Jurjen de Waal

Trends in het (Nederlandse) christendom vanuit een langetermijnperspectief
Durk Hak

Specimen Days
Sarah de Waard

colofon  issn 1879-8144  13 juni 2008

Alle edities   Vakgebieden            
            English   Over       Vacatures
 

BLIND
16
 online interdisciplinair tijdschrift  
BLIND 16
alle edities      



zoeken + vakgebieden       



random editie       



vorige editie       



volgende editie       
naar boven       

Is er nog toekomst voor het christendom in Nederland? De afgelopen eeuwen leek de Nederlandse samenleving steeds verder te seculariseren, en 'de kerken liepen leeg'. Durk Hak plaatst deze veranderingen binnen de langetermijnontwikkeling van het christendom, van primitief, via archaïsch en historisch naar modern. Door goed te kijken naar hoe ook verschillende groepen binnen het christendom zich ontwikkelen, toont hij aan dat niet alle christelijke groeperingen ten dode opgeschreven zijn.

Durk Hak is godsdienstsocioloog en redacteur van het blad Religie en Samenleving. Hij studeerde wetenschapsfilosofie, antropologie en sociale geografie. Zijn proefschrift viel onder theologie en godsdienstwetenschappen.


Lees het artikel

BLIND 16 - Toekomst
sluiten

Hoofdredactie

Mark Beumer
Iris Groen


Eindredactie

Gerard van den Akker


Redactie

Maud Dahmen
Elisa Hermanides
Martin Olsthoorn
Daphne van der Pas
Arno Verweij (webmaster)
Jorine Zandhuis


Redactieraad

prof. dr. Johan van Benthem
drs. Kim van den Berg
dr. Casper de Groot
prof. dr. Ed van den Heuvel
drs. Machiel Keestra
dr. Bernard Kruithof
Tamara Metze


klik hier voor huidige redactie


sluiten

Trends in het (Nederlandse) christendom vanuit een langetermijnperspectief

      
alle bijdragen van deze auteur
korte inleiding & meer over de auteur
all articles by this author
short intro & about the author
artikel door Durk Hak

Omstreeks 2030 kunnen de christenen het 2000-jarig bestaan vieren van het christendom. Zijn er tegen die tijd nog christenen, en heeft God toekomst in Nederland? Of zullen het de 'nieuwe religieuzen' zijn die met hun uiterst individuele ervaring de boventoon voeren? De gevestigde kerken hebben op de voor hen belangrijkste fronten heel veel terrein verloren: het aantal kerkleden en de kerkgang is teruggelopen, net als het aantal mensen dat gelooft in een persoonlijke god en in een leven na dit leven is afgenomen. Toch zijn er nog groepen van orthodoxe gelovigen die groei laten zien, terwijl ook de 'religiositeit' van niet aan kerken gebonden mensen zou toenemen. In deze bijdrage wordt kort naar een aantal trends in het christendom in Nederland gekeken. Dit gebeurt vanuit een evolutionistisch perspectief om een beter zicht op ontwikkelingen in de toekomst te krijgen.

Differentiatie van de samenleving

In de loop der tijd is een gescheiden sociale, politieke, economische en religieuze sfeer ontstaan. Ook de wetenschap heeft een prominente plaats in de samenleving gekregen. Terwijl de morele betekenis van verwantschap en wederkerigheid van steeds minder belang werd, lijken de economie en de wetenschap overheersend te zijn geworden. De plaats en betekenis van de godsdienst lijkt geminimaliseerd, net als zijn betekenis voor de andere sferen. Vanuit de godsdienst kunnen bijvoorbeeld wel richtlijnen voor het economische en politieke handelen worden gegeven, maar deze zijn vrijblijvend voor de homo economicus of de homo politicus.

De aard van de godsdienst zelf is in de loop der tijd kwalitatief veranderd, en is nog steeds aan veranderingen onderhevig. Dat gebeurt niet alleen doordat de groei van kennis ertoe dwingt delen van de geloofsinhoud tegen weerlegging te beschermen. Ook het maatschappelijk (on)acceptabel of (on)wenselijk zijn van bepaalde opvattingen maakt dat ze zijn verdwenen, aangepast of nieuw zijn ingevoerd. Actuele voorbeelden vormen de veranderde opvattingen rond homoseksualiteit, ongehuwd samenwonen, abortus en euthanasie. Valt zo ook te verwachten dat onder maatschappelijke druk de rooms-katholieke (rk) kerk de eis van het celibaat zal opgeven, net als het weigeren van vrouwen als priester?

Religieuze specialisatie en verlossing

In de fase van de vroege verzamelaars en jagers waren mannen tegelijkertijd voedselproducenten, 'politici', 'religieuze specialisten', enz. In de daaropvolgende archaïsche agrarische samenlevingen trad specialisatie op en ontstond een tweeklassenstelsel; hierbij deden ook de godsdienstige specialisten hun intrede. Deze samenlevingen kenden goden, die zowel in aantal toenamen alsook steeds gespecialiseerder raakten. Die goden werden bijgezet in pantheons waarbij de godenhiërarchie een afspiegeling vormde van de gestratificeerde samenleving.

Ook werden op een bepaald moment de goden 'in de hemel' gelokaliseerd en konden de mensen de grote afstand tussen god(en) en mensen niet zo gemakkelijk overbruggen. Dat lukte gedeeltelijk door het brengen van offers: de gelovigen konden op die manier hun bedoelingen duidelijk maken. Tegelijkertijd betekende dit dat de onzekerheid van de gelovigen over het antwoord van de god(en) op het offer toenam. De offercultus vroeg religieuze specialisten als priesters, en het waren de politieke bovenlagen die ook de godsdienstige elite vormde. De samenleving was zoals hij moest zijn, en conflicten in de samenleving waren een uitvloeisel van ruzies tussen de goden.

Vervolgens kreeg godsdienst een transcendentaal karakter, en werd het leven van alledag inferieur en ondergeschikt aan een leven na de dood. Alles wat de religieuze mensen moesten doen of nalaten was gericht op redding en verlossing uit het aardse tranendal. We spreken nu wel van historische godsdienst. Varianten van historische godsdienst ontstonden in verschillende geografisch gescheiden samenlevingen: in China (het confucianisme), India (het boeddhisme), in het oude Griekenland en in het vroege jodendom. Het ontstaan van historische religie kan in het eerste millennium voor Christus worden gesitueerd. Het vroege christendom en de islam vertegenwoordigen latere varianten.

In de primitieve religie van de verzamelaars en jagers stonden de rituelen in het teken van de eenwording van de gemeenschap. In de archaïsche religie konden de mensen hun tekortschieten goedmaken door het brengen van offers, en in de verschillende vormen van historische religie stond verlossing centraal. Historische godsdienst versterkt en bestendigt de regel de status quo; vergelijk de uitspraak van Marx dat godsdienst de opium van het volk is. De politieke en religieuze elites zijn het eens en de maatschappij is zoals hij ook volgens de religieuze elite moet zijn.

Die Abstreifung der Magie als Heilsmittel

De godsdienst is net als de samenleving steeds meer 'onttoverd' geraakt: het 'magische' gehalte om verlossing te bereiken is afgenomen. Een eerste mijlpaal in de Entzauberung der Welt werd bereikt toen een priesterklasse in het vroege Israël een monotheïstische, betrekkelijke magievijandige godsdienst begon te propageren. Hiernaast waren het de ethische profeten die op grond van een goddelijk bevel tegen de status quo ingingen, en naleving van de ethische geboden eisten, wars van magische praktijken. Deze processen vallen nadrukkelijk waar te nemen in de zesde eeuw voor Christus.

De onttovering is ook binnen het christendom doorgegaan, en het protestantisme is minder magisch dan het Rooms-katholicisme. Zo ligt bijvoorbeeld het aantal sacramenten, religieus-magische opvattingen en handelingen om het heil deelachtig te worden, in het protestantisme lager dan in het katholicisme. Waar rk-priesters met behulp van bepaalde rituelen de zonden van de mensen kunnen vergeven, of wijn in bloed en ouwel in het lichaam van Christus kunnen veranderen, kunnen dominees dat niet. Een dominee wordt voorganger, eerste onder zijn gelijken, en bezit geen superieure godsdienstige status.

Het leerstuk van de (dubbele) predestinatie, kenmerkend voor de fase van vroegmoderne religie, vormt een 'voorlopig' hoogtepunt in het onttoveringsproces. De predestinatie houdt in dat al voordat de aarde werd geschapen vast lag dat slechts een kleine groep is uitverkoren, en de rest voor eeuwig is verworpen. Mensen kunnen tot hun zaligheid niets af, dan wel toedoen. De predestinatieleer vervangt de rk-leer van beloning en straf die de gelovigen na dit leven wacht: de hemel of de hel op basis van zijn vroegere gedrag. Er is nu een volstrekt soevereine god ontstaan, die door de gelovigen rechtstreeks kan worden benaderd. Protestanten kunnen het zonder de genademiddelen van de kerk stellen. Ook het onderscheid tussen de religieuze elite van kloosterlingen die in de veilige beslotenheid van de kloostermuren in armoede en kuisheid leefden om JHWH te dienen, en de leken kwam door dit leerstuk vervallen. Voor de protestanten gold een innerweltliche Askese: in de wereld staan, maar niet van de wereld zijn. Er wordt dan ook wel van Abstreifung der Magie als Heilsmittel gesproken.

Moderne godsdienst

Na de Tweede Wereldoorlog, vooral in de jaren zestig van de vorige eeuw, zien we in het christendom de opkomst van moderne gelovigen. Moderne gelovigen willen al op aarde hun 'verlossing' realiseren: de tegenstelling tussen het leven hier en nu en het leven na de dood valt weg. Ze gaan zelf op zoek naar de zin van het leven. Ze ontwikkelen eigen normen en waarden in open kerkelijke organisaties met weinig censuur en controle. Vervolgens kunnen we vanaf de jaren tachtig zien dat deze vorm van moderne christendom resulteert in geringere kerkgang, kerkverlating, ongeloof.

De toename van wetenschappelijke kennis wordt vaak genoemd als een oorzaak van onkerkelijkheid. Er bestaat een positief verband tussen de mate van religiositeit en het werken in landbouw en visserij. De afhankelijkheid van boeren en vissers van de natuur zou hen religieuzer maken, net zoals het gebruik van kunstmest en een wetenschappelijke benadering van de landbouw hen minder afhankelijk en dus minder religieus zou maken. Toenemende (wetenschappelijke) kennis leidt tot afnemende religiositeit, en afnemende religiositeit leidt onveranderlijk tot verminderde kerkgang. Het wegblijven van de kerkdiensten leidt er uiteindelijk toe dat de betrokkenen zich niet meer als lid beschouwen. Ook de toename van het aantal kerken en sekten door de individualisering is eveneens een factor in de ontkerkelijking. Naarmate er meer religieuze groeperingen met onderling verschillende waarden, normen en praktijken op het tapijt verschijnen, neemt ook de naleving ervan af, net als de deelname aan de religieuze rituelen. Gegeven de leeftijdsopbouw zal het brede midden van de grote kerken als de Protestantse kerk van Nederland (PKN) en de Rooms katholieke kerk (RKK) leden blijven verliezen. Minder door kerkverlating, maar veeleer door overlijden van de oudere cohorten, terwijl de jongere cohorten ontbreken. Gegeven de omstandigheden is er geen reden om aan te nemen dat ontkerkelijkte jongeren en jongeren die nooit kerkelijk zijn geweest zich massaal zullen aanmelden bij deze kerken.

De evangelikalen als winnaars

Wel zien we dat een variant van moderne godsdienst die tegemoet komt aan de wensen en verlangens van postindustriële moderne orthodox-religieuze mensen aan de winnende hand is: de evangelikalen. Wahlverwandtschaft tussen de wens naar autonomie en individualiteit van moderne mensen en het relatieve autonome en individualistische karakter van de evangelikale verlossingsleer doet het evangelikalisme groeien. Het evangelikalisme wordt dan ook de hoofdstroom van het christendom.

Het evangelikalisme vormt een familie van denominaties. We vinden ze in de verschillende evangelikale kerken, in de PKN; maar ook de RKK kent een kleine evangelikale stroming. Het belangrijkste kenmerk van deze moderne gelovigen is het accepteren van Jezus Christus als verlosser en de persoonlijke bekering. De vroegmoderne predestinatie en de historische eindafrekening op grond van vertoond gedrag hebben in het evangelikalisme afgedaan. Evangelikalen hebben nog steeds verlossing nodig, maar kunnen die bewerkstelligen door te besluiten Jezus Christus als verlosser aan te nemen. Verder zijn persoonlijke ervaringen belangrijk. Een ervaring als bekering is uiterst persoonlijk en niet controleerbaar. Er zijn dan ook geen keurmeesters die de 'echtheid' van de (bekerings)ervaring vaststellen. Het lidmaatschap van een 'jonge' succesvolle beweging, in tegenstelling tot de almaar leden verliezende en kerkgebouwen sluitende traditionele kerkgenootschappen, maakt het extra aantrekkelijk.

'Reformerende' gelovigen als blijvers

Wel zijn er nog steeds grote groeperingen met historische en vroegmoderne geloofsvoorstellingen, zij het dat ze zich wel 'reformeren'. Zowel in het rooms-katholicisme als in het protestantisme vinden we groepen die zich defensief opstellen en de instandhouding van de aloude geloofsstructuren nastreven. Deze 'reformerende' christenen beschouwen het verleden vaak als beter, maar tegenover de technologie staan ze ambivalent. Juist die selectieve acceptatie van de moderne techniek maakt ook dat ze zich volledig kunnen ontplooien in economische zin. Ze keren zich dan ook niet van de wereld af. Wel zien we de protestantse 'reformerenden' zich geografisch isoleren om in refo-enclaves hun vanouds vertrouwde leven te leiden. Voor de protestantse 'reformerenden' geldt dat de bijbel het woord van God is, dat letterlijk moet worden genomen. Bij de 'reformerende' rooms-katholieken is de traditie heilig, met bijvoorbeeld de Latijnse mis die gecelebreerd wordt door een celibataire mannelijke celebrant met de rug naar het volk. Voornamelijk jonge priesters geloven nog wel in de leer van de transsubstantiatie: zij zullen de kern vormen van een toekomstige 'reformerende' RKK in Nederland.

De 'reformerenden' zijn niet of nauwelijks oecumenisch. Toch hebben deze rooms-katholieke en protestantse 'reformerenden' elkaars steun in een aantal maatschappelijke kwesties, zoals abortus, homohuwelijk, stamcelonderzoek en euthanasie, nodig. Ze zoeken soms toenadering tot elkaar. We zien dit geïllustreerd door een voorman van een reformatorische politieke partij die verwantschap voelt met de rooms-katholieke aartsbisschop wat betreft de zedelijke standpunten. De Amerikaanse godsdienstsocioloog Berger meent: 'De verschillen tussen twee katholieken van wie de een de traditie geheel voor lief neemt zonder vragen te stellen en de ander een scepticus is, zijn groter dan die tussen een sceptische protestant en een zelfde katholiek. In theorie hebben een sceptische katholiek en een sceptische moslim meer gemeen dan ieder afzonderlijk met zijn orthodoxe geloofgenoten (Hak, 2006, p. 101).'

De verliezers: eigentijdse religiositeit en nieuwe tijd

Sinds midden jaren zeventig heeft het nieuwe tijdsdenken enige opgang heeft gemaakt. De aantallen worden mede door overexposure in de media te hoog geschat. Het gaat om veronderstelde innerlijke persoonlijke groei, en ook wel om lichamelijke en psychische genezing op een alternatieve wijze. In het nieuwe tijdsdenken worden de ogen gesloten voor de uitkomsten van de moderne wetenschap en is de samenleving weer een tovertuin geworden waarin 'de wonderen de wereld nog lang niet uit zijn'. De aanhangers zijn losse individuen die elkaar tegenkomen op de alternatieve markt van welzijn en geluk en die elkaar toevallig treffen in allerlei 'losse' organisaties. Ook voor het nieuwe tijdsdenken geldt dat het elk wat wils biedt, maar door het ontbreken van een intermediaire groepering er weinig of geen continuïteit kan zijn. Bovendien, de aanbieders zijn ondernemers en als zodanig enkel in de verkoop van hun producten, die een breed gamma bestrijken, geïnteresseerd. Vanuit hun kennis van de markt weten ze ook dat er ook geen belangstelling bestaat voor zo'n vast verband. Er zijn dan ook geen aanwijzingen dat er zoiets als een kerk van 'new agers' zal ontstaan.

Dan bestaat er ook nog de 'eigentijdse religiositeit'. Ze komen bijvoorbeeld regelmatig aan het woord in een rubriek in Trouw, waarin Koert van der Velde 'eigentijdse religieuze mensen' aan het woord laat. Het blijkt bijna altijd om uiterst individualistische ervaringen te gaan waarbij ook God wordt ervaren. De aanhangers zijn losse individuen die elkaar soms toevallig tegenkomen. Het lijkt me dat er veeleer sprake is van een modieus verschijnsel met een bovennatuurlijk tintje dan van een variant van moderne godsdienst, omdat godsdienst alleen maar kan bestaan wanneer het gedragen wordt door een intermediaire groepering. En zo'n groepering kan alleen bestaan op basis van normen en waarden en praktijken die worden gedeeld. Er zijn toe nu toe geen aanwijzingen dat er zoiets als een kerk van 'eigentijdse religieuzen' zal ontstaan.

Afsluiting

Gesteld werd dat in de loop der tijd een aantal processen de maatschappij hebben veranderd. Dit geldt ook voor de godsdienst. Op een bepaald moment in de evolutie van de samenleving raakte de godsdienst ondergeschikt aan de politiek en economie, terwijl ook de invloed van de moderne wetenschap en technologie de aard van de godsdienst heeft beïnvloed. Alleen die vormen van godsdienst die zich verdragen met de verworven heden van de postindustriële werden overlevingskansen en groeikansen toegekend. Noch voor de 'nieuwe religieuzen' noch voor hen die in het nieuwe tijdsdenken zijn werd onder meer door het ontbreken van instituties een toekomst gezien. Van een massale hertovering van de samenleving zal geen sprake zijn.

Van de 'reformerenden', hetzij protestants, hetzij rooms, wordt verwacht dat zij zich zullen handhaven, onder meer door hoge geboortecijfers en de selectieve wijze waarop ze met de technische verworvenheden omgaan. Het zullen dan ook vooral evangelikalen zijn die anno 2030 nog de kerkgebouwen zullen bevolken, vanwege de Wahlverwandtschaft tussen het moderne karakter van de leer en de aanwezigheid van een op de moderne gelovigen toegespitste intermediaire groep.


Deel:         

Literatuurlijst

Hak, D., 'Het evangelikalisme als de toekomst van een 'illusie'? Een evolutionistisch perspectief', in: Religie en samenleving 1/2, 2006, pp. 95-109.


Deel:         


Lees nóg een artikel over

religie

sociologie


of lees verder in

Alle edities   Vakgebieden  
             

Reageren





De redactie behoudt zich het recht voor om reacties in te korten of te verwijderen indien daar reden toe is.


Deel:         

Wilt u op de hoogte gehouden worden van nieuwe edities en activiteiten van Blind? Meldt u dan gratis aan voor onze digitale nieuwsbrief: