42    Geluk

Wiskundig daten – oftewel: hoe vinden Alice en Bob elkaar?
Hedwig Ens

Gelukzoekers, vluchtelingen, asielzoekers
Marlou Schrover

Groter geluk voor een groter aantal
Ruut Veenhoven

Economie, welvaart en geluk
Arnold Heertje
- 2 reacties

De neurochemie van geluk
Esther Visser

Column: Zen en het einde van de jacht op geluk
André van der Braak

colofon  issn 1879-8144  29 maart 2016

Alle edities   Vakgebieden            
English   Over Blind       Vacatures
Volg ons:               
© 2004–2019 Blind    disclaimer   cookies

 

BLIND
42
 online interdisciplinair tijdschrift  
BLIND 42
alle edities      



zoeken + vakgebieden       



random editie       



vorige editie       



volgende editie       
naar boven       

Wie is asielzoeker, wie is gelukzoeker en wie is er op de vlucht? Het gebruik van deze verschillende termen weerspiegelt en beïnvloedt het hedendaagse immigratiedebat. Maar wie is wie nu precies? Volgens hoogleraar Marlou Schrover worden deze termen tegenwoordig steeds vaker in dezelfde context gebruikt. In haar artikel schetst zij een historisch perspectief van waaruit we antwoord kunnen geven op deze belangrijke vraag.

Marlou Schrover is hoogleraar migratiegeschiedenis aan de Universiteit van Leiden. Ze studeerde Journalistiek en Sociale & Economische Geschiedenis in Utrecht. Op het gebied van migratie, etniciteit, klasse en gender publiceerde ze meerdere artikelen en schreef zij een aantal boeken. In 2003 werd haar boek Een kolonie van Duitsers. Groepsvorming onder Duitsers in Utrecht in de negentiende eeuw bekroond met de Prof. Van Winterprijs voor het beste boek op het terrein van de lokale en nationale geschiedenis.


Lees het artikel

BLIND 42 - Geluk
sluiten

Hoofdredactie

Annefleur Langedijk


Redactie

Annefleur Langedijk
Annike Bekius
Renske den Boon
Esther Visser
Vince de Jong
Will van Houten (eindredactie)

Foto's:
Joris van Gennip


Redactieraad

dr. B. Kruithof
prof. dr. F. van Vree
drs. L. Wenting
dr. M. Keestra
drs. S. Sitalsing


klik hier voor huidige redactie


sluiten

Gelukzoekers, vluchtelingen, asielzoekers

– het zijn allemaal mensen op zoek naar een beetje geluk. Waarom heten ze zo verschillend?

              
alle bijdragen van deze auteur
korte inleiding & meer over de auteur
all articles by this author
short intro & about the author
artikel door Marlou Schrover

In het afgelopen jaar werden de woorden gelukzoeker en asielzoeker veelvuldig in dezelfde context gebruikt; soms om aan te geven dat het merendeel van de asielzoekers geen gelukzoekers is, en soms om het tegendeel te beweren. De woorden gelukzoeker en asielzoeker lijken niet toevalligerwijs op elkaar. Het woord asielzoeker heeft een negatieve connotatie, die beïnvloed is door de negatieve connotatie van het woord gelukzoeker: de asielzoekers zoeken asiel, maar dat betekent niet dat ze het krijgen, zoals de gelukzoekers op de bonnefooi geluk zoeken. Gelukzoeker zou een positief woord kunnen zijn – wie zoekt er immers niet naar geluk – maar in de praktijk is het dat geenszins. De termen asielzoeker en gelukzoeker zijn steeds meer gaan samenvallen – Wilders noemde in een tweet op
30 december 2015 simpelweg alle asielzoekers gelukzoekers. Het samenvallen van de woorden weerspiegelt en beïnvloedt het hedendaagse debat. Maar wie is wie in het debat over gelukzoekers, asielzoekers en vluchtelingen?

Gelukzoekers

In negentiende-eeuwse kranten werd het woord gelukzoeker vooral gebruikt voor gouddelvers en spelers in de loterij. Een enkele keer waren de gelukzoekers migranten. Zo schreef een krant op 25 januari 1896 over Engelse gelukzoekers in Transvaal (toen een onafhankelijk land gesticht door Nederlandse Boeren, nu onderdeel van Zuid-Afrika). De Nederlanders daar waren niet blij met de komst van de gelukzoekers, die Outlanders of uitlanders werden genoemd, en die werden aangetrokken door de goudmijnen. De Outlanders waren zo talrijk dat ze de aantallen van de oorspronkelijke bevolking – de Nederlandse immigranten van eerdere datum – dreigden te overtreffen. De Nederlanders hoopten dat de gelukzoekers snel zouden vertrekken.

Duitse migranten vormden veruit de grootste groep onder de nieuwkomers die in Nederland in de zeventiende, achttiende en negentiende eeuw hun geluk kwamen zoeken. Nederlandse kinderen zongen spottend dat de Duitse migranten waren komen aandrijven over de Rijn op een strowis uit een vreemd en arm land. Hun herkomst was niet duidelijk en de motieven van sommigen waren, zo veronderstelden vele Nederlanders, niet eerlijk, zoals snel rijk worden zonder er veel voor te doen. Nederlandse autoriteiten wilden deze gelukzoekers weren en ze hoopten bovendien dat ook de Nederlandse armen hun geluk elders zouden zoeken. In 1857 werd in een overheidsrapport als oplossing voor de armoede, overbevolking en werkloosheid in Nederland emigratie voorgesteld. Een deel van de Nederlanders vertrok ook, maar niet alleen op zoek naar meer economische mogelijkheden. Onder leiding van dominees migreerden groepen Nederlanders naar de nieuwe wereld in Noord-Amerika. Deze zogenaamde Afgescheidenen hoopten in afzondering – waarvoor in de nieuwe wereld nog alle ruimte was – en onder de strenge leiding van hun dominees en de gemeenschap, hun geloof te kunnen belijden en versterken. Ze zochten geloofsvrijheid en daarmee het geluk dat hen in Nederland werd onthouden. Dat maakte hen echter niet tot gelukzoekers, volgens hun tijdgenoten. Waren het vluchtelingen op zoek naar geloofsvrijheid?

Asielzoekers

Asiel zochten mensen al veel eerder in onze geschiedenis. Kerkasiel, waarbij de kerk een toevluchtsoord was voor mensen die vervolging boven het hoofd hing, bestond reeds in de Middeleeuwen. Maar de term asielzoeker werd pas geïntroduceerd in de jaren 1970, toen de mogelijkheden tot arbeidsmigratie afnamen en het aantal mensen dat asiel aanvroeg toenam. Vanaf de jaren 1980 werden ook mensen die al een vluchtelingenstatus hadden soms asielzoeker genoemd, en niet langer vluchteling – dat is een verwarrende aanduiding omdat alleen mensen die nog geen besluit op hun asielaanvraag hebben gekregen asielzoekers zijn. Mensen die een negatief besluit hadden ontvangen op hun asielverzoek, en dus asielzoeker af waren, werden echter ook nog steeds asielzoekers genoemd. Als ze niet uit Nederland vertrokken, werden ze aangeduid als illegale asielzoekers (wat feitelijk niet correct is omdat hun verblijf niet illegaal is zolang ze nog in een procedure zitten en op een besluit wachten en ze asielzoeker af zijn zodra het besluit is gevallen). De omvang van de groep werd groter en de terminologie werd opgerekt.



Vluchtelingen

In 1951 kwam er in het kader van het Vluchtelingenverdrag voor het eerst een (internationaal geaccepteerde) definitie van het woord vluchteling. Tegelijkertijd kwamen er allerlei andere woorden in zwang voor groepen die weliswaar op vluchtelingen leken, maar die het niet per definitie waren, zoals displaced persons. Discussies gingen in die tijd wel over waarachtige en niet-waarachtige vluchtelingen, maar slechts zelden over geluk of gelukzoekers.

Kort na het einde van de Tweede Wereldoorlog beproefden zo’n 400.000 Nederlanders hun geluk als emigranten naar overzeese bestemmingen. Ze hoopten op werk, een woning en vreesden een derde wereldoorlog in Europa. Nederlandse kranten noemden migranten nog niet gelukzoekers, dat gebeurde pas in de jaren 1970. Op 5 maart 1971 schreef de Telegraaf bijvoorbeeld onder de kop ‘Turken rukken ons land binnen’ over Turkse gastarbeiders die met honderden per week over de Duitse grens Nederland binnenkwamen. Douaniers konden niets doen tegen deze illegale grensoverschrijdingen. Als het Nederlandse grenswachters lukte om een van de Turken te grijpen en over te dragen aan de Duitse autoriteiten, dan stond die gelukzoeker enkele uren later opnieuw aan de Nederlandse kant van de grens, schreven de kranten op een negatieve en dreigende toon.

In de jaren 1980 werden vluchtelingen en gelukzoekers steeds meer in dezelfde context genoemd. Aanleiding was de komst van Tamils uit Sri Lanka. In Nederland was er weinig begrip voor de motieven van de Tamils: Nederlanders wisten maar weinig over het conflict dat zij ontvluchtten en twijfelden aan hun motieven. Waren dit wel echte vluchtelingen, waren het geen gelukzoekers, vroegen de kranten zich af? Er werd veel nadruk gelegd op het oncontroleerbare van deze migratie en op – opnieuw – de illegale overschrijding van de Duits-Nederlandse grens. Er ontstonden problemen rondom de huisvesting van de Tamils. De kleinschalige opvang, die tot dat moment regel was, bleek vaak heel slecht van kwaliteit – enkele mensen verdienden in Nederland fors geld aan die opvang – en de overheid had grote moeite met het toezicht op de talloze opvanglocaties. Toen enkele Tamils bij wijze van protest hun onderkomen in brand staken, besloot de overheid tot meer centrale en grootschaliger opvang. Dat laatste werd regel toen er vanaf begin jaren 1990 grote aantallen vluchtelingen uit (het voormalige) Joegoslavië kwamen. Ze gingen vooral naar Duitsland en daar leidde hun komst in 1991 tot talloze incidenten rondom asielzoekerscentra: bomaanslagen en mishandelingen van vluchtelingen door skinheads. In oktober 1991 waren er in Duitsland 25 aanslagen per nacht op opvanghuizen van asielzoekers. De aanslagplegers vreesden de komst van tientallen miljoenen economische vluchtelingen en gelukzoekers, zo schreven Nederlandse kranten.

Door het opschorten van de opkomstplicht voor dienstplichtigen, sinds midden jaren 1990, kwam er in Nederland een groot aantal kazernes leeg te staan, die als opvanglocaties voor asielzoekers gingen dienstdoen. Tegelijkertijd werd de periode tussen het moment dat mensen aankwamen en het moment dat ze een besluit op hun asielverzoek kregen steeds langer. Een deel van de mensen, die voor de jaren 1980 naar Nederland kwamen, had reeds een vluchtelingenstatus bij aankomst. Vanaf midden jaren tachtig kwamen er steeds meer mensen naar Nederland die nog een asielverzoek moesten indienen. Doordat de aantallen toenamen, en de beroepsmogelijkheden werden uitgebreid, nam de lengte toe van de tijd tussen het indienen van een asielaanvraag en het toekennen of afwijzen van een vluchtelingenstatus. Gecombineerd met de grootschaliger opvang werd hierdoor een groep zichtbaar die zich tussen aanvraag en besluit bevond. Het definitiewoord vluchteling werd in rap tempo verdrongen door het twijfelwoord asielzoeker.
In Nederland waren er net als in Duitsland incidenten rondom asielzoekerscentra: in 1993 waren er bijvoorbeeld 17 brandstichtingen, 4 bomaanslagen, 8 mishandelingen, 38 valse bommeldingen, 95 bekladdingen, 59 dreigbrieven en 67 zaken met stikkers en pamfletten.

In 1994 schreven kranten dat scherpere maatregelen ertoe zouden moeten leiden dat het aantal van 55.000 asielzoekers in dat jaar zou afnemen tot 35.000 in het volgende jaar. Vluchtelingen uit veilige landen zouden zonder procedure worden teruggestuurd. De overheid probeerde een streng onderscheid te maken tussen ‘echte’ vluchtelingen en gelukzoekers. Echte vluchtelingen waren welkom en gelukzoekers niet. Het werd een mantra. In elke groep vluchtelingen bevonden zich, volgens enkele politici en commentatoren, drommen gelukzoekers, misdadigers, avonturiers en andere ‘parasieten’. Die woorden werden als synoniemen gebruikt.

Dat de woorden vluchteling, asielzoeker en gelukzoeker in toenemende mate door elkaar gebruikt worden, helpt ons niet bij het vinden van een oplossing voor de mensen die een betere toekomst zoeken en een beetje geluk onder de zon.



Auteur: Marlou Schrover

Lees nóg een artikel over

geschiedenis

migratie


of lees verder in

of deel

                   

Noten en/of literatuur

Obdeijn, Herman en Marlou Schrover (2008) Komen en gaan. Immigratie en emigratie in Nederland vanaf 1550 Amsterdam, Bert Bakker.

Het boek is gratis te downloaden vanaf openaccess.leidenuniv.nl

Reageren




De redactie behoudt zich het recht voor om reacties in te korten of te verwijderen indien daar reden toe is.


           


Lees nóg een artikel over

geschiedenis

migratie



Alle edities   Vakgebieden  
             
Wilt u op de hoogte gehouden worden van nieuwe edities en activiteiten van Blind? Meldt u aan voor onze digitale nieuwsbrief:



Het e-mailadres wordt alleen gebruikt voor toezending van de e-mail met de links naar de nieuwe editie. Het adres staat opgeslagen bij MailChimp. MailChimp hanteert een eigen privacybeleid waarmee u instemt als u zich abonneert op onze nieuwsbrief. Elke nieuwsbrief toont een link waarmee toezending kan worden gestopt. Om uw adres eventueel nog te laten verwijderen uit het opzeggingenbestand stuurt u een e-mail aan redactie@ziedaar.nl.