46    Blind date

Wat ruik je lekker vies!
Wim Ghijsen

Hormonal changes in new lovers and long-term partners
Annefleur Langedijk

Wat is de relatie tussen onze keuzes en onze vrije wil?
Martijn Wokke en Yaïr Pinto

Opgroeien in een vervangend gezin
Femmie Juffer

De kracht van het sociale netwerk is niet voor iedereen vanzelfsprekend
Annematt Collot d’Escury-Koenigs en Angelique Boering

W!J verbindt de verschillen
Manuela Kalsky

colofon  issn 1879-8144  24 april 2017

Alle edities   Vakgebieden            
English   Over Blind       Vacatures
Volg ons:               
© 2004–2017 Blind    disclaimer   cookies

 

BLIND
46
 online interdisciplinair tijdschrift  
BLIND 46
alle edities      



zoeken + vakgebieden       



random editie       



vorige editie       



volgende editie       
naar boven       

Wat is dat toch dat ons mensen zo doet smachten naar relaties, en dan het liefst relaties die enige tijd standhouden? Daar voelen we ons kennelijk het veiligst bij. Is dat zuiver en alleen op onze onbewuste oerinstincten gebaseerd of kunnen er ook meer biologische factoren een rol spelen?

Wim Ghijsen, assistent-professor en universitair docent bij de studies Psychobiologie en Biomedische Wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam, geeft in dit artikel inzicht in de neurochemische processen in de hersenen die een rol spelen bij relaties. Geurstoffen en hormonen spelen hierbij een belangrijke rol


Lees het artikel

BLIND 46 - Blind date
sluiten

Hoofdredactie

Annefleur Langedijk


Redactie

Annefleur Langedijk, hoofdredacteur
Annike Bekius
Esmee Schouten
Hedwig Ens, eindredacteur
Merel Spaander
Will van Houten, eindredacteur

Beeld:
Anton Heijboer / © VOF Heijboer-Malomajo


Redactieraad

dr. M. Dekker
dr. M. Keestra
drs. S. Sitalsing
prof. dr. F. van Vree
drs. L. Wenting


klik hier voor huidige redactie


sluiten

Wat ruik je lekker vies!

Relaties en liefde: kwestie van geur en hormonen

              
alle bijdragen van deze auteur
korte inleiding & meer over de auteur
all articles by this author
short intro & about the author
artikel door Wim Ghijsen

Geur is een vanouds bekende factor in sociale communicatie, en die reikt van insecten tot ons mensen. In tegenstelling tot visuele factoren waar licht voor nodig is, kunnen we ook in het donker geur goed waarnemen. Vandaar dat veel diersoorten geursporen aanleggen om hun territorium af te bakenen, of juist heel specifieke geuren verspreiden om een potentieel mannetje voor het paren te lokken. We hebben het hier over zogenaamde ‘feromonen’, die al in de jaren vijftig van de vorige eeuw zijn ontdekt bij zijderupsen, die een krachtig chemisch geursignaal uitscheiden dat mannetjes aantrekt. Bij knaagdieren blijken feromonen ook een belangrijke rol te spelen bij sociale communicatie binnen de soort, die seksuele aantrekking maar ook agressie kunnen opwekken. Deze dieren blijken daarvoor een speciaal orgaantje te hebben in hun neus, het zogenaamde Vomeronasaal Orgaan (VNO), dat geursignalen detecteert en deze vervolgens doorzendt naar gebieden in de hersenen die emoties of seksueel gedrag regelen.

Wij hebben weliswaar bij onze geboorte ook nog een soort VNO, maar men gaat er tegenwoordig niet van uit dat wij hetzelfde soort feromonen hebben als knaagdieren en insecten. Een belangrijke rol wordt wel toebedacht aan sociale geurstoffen bij de vorming van menselijke relaties. Het inmiddels klassieke en vele malen gereproduceerde experiment van vrouwen die een voorkeur bleken te hebben voor de reuk van T-shirts die dagen door mannen waren gedragen boven shirts die door vrouwen waren gedragen, wijst op zo’n sociale geur. Daarbij blijkt dat het immuunsysteem van de mannelijke T-shirtdragers van belang is, want alleen T-shirts van mannen met een van de vrouwen afwijkend MHC-genoom genoten de voorkeur. Kennelijk is het voordelig om een relatie aan te gaan met een partner met een ander genotype, wat de overlevingskans van eventuele nakomelingen vergroot.

Er is ook al iets meer bekend over de afkomst en biologische werking van de geurstoffen die deze effecten veroorzaken. Zij blijken in de oksels voor te komen, waar talloze bacteriën zorgen voor de productie van steroïd-achtige vluchtige stoffen. Wanneer men vrouwen laat ruiken aan een andogene geurstof uit mannenoksels, blijkt de uitscheiding van het Luteïniserend Vruchtbaarheids Hormoon (LH) door de hersenen in het bloed toe te nemen. Interessant is dat, naast deze verhoging van LH, blootstelling aan die geurstof de vrouwen ook een ontspannend gevoel gaf. Kortom, dit soort geurstoffen spelen kennelijk een rol bij de partnerkeuze, en sommige wetenschappers beweren zelfs dat deze factor belangrijker is dan de lichamelijke aantrekkelijkheid. In die zin zou het gebruik van lichaamsvreemde deodorant om maar lekker te ruiken dus af te raden zijn.

Behalve geurstoffen spelen ook hormonen in ons lichaam een belangrijke rol bij de vorming en het onderhouden van sociale relaties. Ik wil me hier beperken tot het liefdesproces. Wat is dat eigenlijk, liefde? Liefde is vóór alles een sociaal gebeuren. Duidelijk is dat we er ons in het algemeen erg goed bij voelen. Liefde is een emotie waar in onze hersenen zogenaamde ‘liefdespaden’ voor zorgen. Het is dan ook een spannende biologische vraag hoe die liefdespaden eruitzien, en natuurlijk of we ze zouden kunnen beïnvloeden als we wat meer liefde nodig zouden hebben in ons leven.

In de liefde zijn wij mensen niet uniek. Ook bij dieren zien we liefde, bijvoorbeeld wanneer een poes haar jongen verzorgt. In feite hebben we het dan over een moeder-kindbinding, een vorm van sociale binding. Veel onderzoek naar deze zogenaamde paar-binding is gedaan bij woelmuizen. Bij toediening van het hormoon oxytocine aan de hersenen van een vrouwtjesmuis blijkt zij zich vooral aangetrokken te voelen tot het mannetje dat zich het dichtst in haar buurt bevindt, en waarmee ze dan ook gaat paren. Hoewel de hersenen van zo’n woelmuis er veel eenvoudiger uitzien dan die van mensen, is er wel enige overeenkomst, met name waar het gaat om die paar-bindingsprocessen. Dat is eigenlijk niet zo vreemd, want dit soort sociale processen is natuurlijk noodzakelijk voor de voortplanting en zal evolutionair dus goed bewaard zijn gebleven en overeenkomen tussen verschillende diersoorten, waaronder de mens. Het hormoon oxytocine blijkt te werken op het hersengebied wat bij mensen ook geactiveerd wordt bij beloning. Dit is hetzelfde gebied waar voeding, maar ook verslavende drugs als cocaïne en heroïne, op aangrijpen en die allemaal een euforisch gevoel geven. Het was al bekend dat oxytocine bij vrouwen vrijkomt in de hersenen vlak voor de bevalling en bij borstvoeding, maar kennelijk doet het hormoon dus meer. Tijdens seksuele activiteit stijgt het oxytocinegehalte in ons lichaam, en als het hormoon wordt toegediend als spray in de neus, waardoor het direct onze hersenen kan bereiken, versnelt het de herkenning van seksueel- en relatie-gekoppelde woorden, zoals ‘kus’ en ‘liefde’. Toediening van zo’n oxytocinespray verhoogt bij onzekere mannen hun gevoel van veilige geborgenheid in vergelijking met mannen die deze spray niet hebben gekregen. Oxytocine doet dat door de activiteit van de amygdala te beïnvloeden, een amandelvormig gebiedje in onze hersenen. Dit gebiedje speelt een belangrijke rol bij emoties en stress, en vertoont een verhoogde activiteit bij bijvoorbeeld angstgevoelens. Oxytocine onderdrukt kennelijk dat angstgevoel.

Tekst loopt door onder de afbeelding.



Maar er zijn nog meer aanwijzingen dat er neurochemisch iets gebeurt in de hersenen bij het aangaan en onderhouden van relaties. Verschillende varianten van een gen dat codeert voor een vasopressine-receptor, het aangrijpingspunt voor een hormoon dat veel lijkt op oxytocine − waarmee het een gemeenschappelijke herkomst heeft −, blijken nauw samen te hangen met het verschil in kwaliteit van zo’n relatie. Een bepaalde variant van dat gen blijkt meer voor te komen bij mensen die niet getrouwd zijn of problemen hebben in hun relatie.

Nu we dit weten, is de vraag of we zo’n oxytocineneusspray ook zouden kunnen gebruiken om mensen die problemen hebben met sociale contacten, zoals het mijden van oogcontact bij gesprekken of het niet aan durven gaan van spontaan contact met anderen. Bij patiënten die lijden aan een zogenaamde autistische-spectrumstoornis liet toediening van oxytocine spray verbluffende resultaten zien. Een beetje oxytocine bleek het vertrouwen van deze patiënten in virtuele medespelers in een computerspel te verhogen. Ook zochten ze meer oogcontact bij het zien van gezichten, een aanwijzing dat het hormoon de sociale vermogens verhoogt. Eerder onderzoek had al aangetoond dat het oxytocinegehalte in het bloed van autistische patiënten beduidend lager is dan dat van controleproefpersonen. Kennelijk kun je door een neusspray het sociale gedrag verhogen, waardoor mensen beter kunnen communiceren met anderen en die ander ook meer vertrouwen. En niet te vergeten: die ander meer kunnen liefhebben!

Concluderend: zowel bepaalde geurstoffen afkomstig van soortgenoten als hormonen als oxytocine spelen een belangrijke rol bij de vorming en het onderhouden van sociale relaties. Hoewel feromonen ook een dergelijke rol vervullen bij insecten en knaagdieren, is er een duidelijk verschil met de werking van sociale geurstoffen bij de mens en andere primaten. Feromonen werken na detectie veelal direct op hersengebieden die seksueel of agressief gedrag beïnvloeden, terwijl sociale geurstoffen bij mensen een veel complexere werking laten zien, waarbij ook hersengebieden die een rol spelen bij geheugen, emotionele besluitvorming en motivatie worden geactiveerd.


Auteur: Wim Ghijsen


Lees nóg een artikel over

neurowetenschap

scheikunde


of lees verder in

Alle edities   Vakgebieden  
             

                   

Literatuurlijst

Carter, C.S. and Porges, S.W. (2013): ‘The biochemistry of love: an oxytocin hypothesis’. EMBO reports 14, 12-16.

Lubke, K.T. and Pause, B.M. (2015): ‘Always follow your nose: The functional significance of social chemosignals in human reproduction and survival’. Hormones and Behavior 68, 134-144.

Snowdon, C.T. et al. (2006): ‘Social odours, sexual arousal and pairbonding in primates’. Philosophical Transactions Royal Britain Society 361, 2079-2089.


           


Lees nóg een artikel over

neurowetenschap

scheikunde


of lees verder in

Alle edities   Vakgebieden  
             

                   

Reageren





De redactie behoudt zich het recht voor om reacties in te korten of te verwijderen indien daar reden toe is.

Wilt u op de hoogte gehouden worden van nieuwe edities en activiteiten van Blind? Meldt u aan voor onze digitale nieuwsbrief: