47    Wereldwijd

Heimwee: echte pijn!
Ad Vingerhoets

Zika-richtlijnen
Mariëlle van Aalst

Op zoek naar een tweede aarde
Frans Snik

Trekvogels met grote trek
Maarten Loonen

The Road to Finding ‘Home’
Mojdeh Feili

The aftermath: Psychological well being of refugees in the Western world
Hans Rohlof

Column: Waarom studeren in het buitenland?
Merel Spaander

colofon  issn 1879-8144  6 juli 2017

Alle edities   Vakgebieden            
English   Over Blind       Vacatures
Volg ons:               
© 2004–2017 Blind    disclaimer   cookies

 

BLIND
47
 online interdisciplinair tijdschrift  
BLIND 47
alle edities      



zoeken + vakgebieden       



random editie       



vorige editie       



volgende editie       
naar boven       

Vogels leggen gedurende het jaar grote afstanden af tijdens hun trektochten. Maar waarom trekken vogels eigenlijk van de ene naar de andere plek? Maarten Loonen, onderzoeker en docent arctische ecologie aan de Universiteit van Groningen en werkzaam bij het Nederlands Poolstation Spitsbergen, geeft ons in dit artikel een kijkje in het leven van de gans.


Lees het artikel

BLIND 47 - Wereldwijd
sluiten

Hoofdredactie

Annefleur Langedijk


Redactie

Annefleur Langedijk, hoofdredacteur
Annike Bekius
Esmee Schouten
Hedwig Ens, eindredacteur
Iza Korsmit
Merel Spaander
Will van Houten, eindredacteur

Beeld:
Joanna W-ska
(@ophetogenblik)


Redactieraad

dr. M. Dekker
dr. M. Keestra
drs. S. Sitalsing
prof. dr. F. van Vree
drs. L. Wenting


klik hier voor huidige redactie


sluiten

Trekvogels met grote trek

Waarom een brandgans naar het Noorden trekt

              
alle bijdragen van deze auteur
korte inleiding & meer over de auteur
all articles by this author
short intro & about the author
artikel door Maarten Loonen

Hoe komen de ‘barnacle goose’ en de ‘goose barnacle’ aan hun naam? Door logisch redeneren, maar dan op z’n middeleeuws. Middeleeuwers wisten nog niets van vogeltrek. Ze kwamen ’s zomers eendenmossels tegen onder water en zagen ’s winters brandganzen op het land. Hoe het een bij het ander hoort? Er staat een boom aan de kust. Als de vruchten van de boom in zee vallen, ontwikkelen zich daar ’s zomers eendenmossels uit. In het najaar komen uit die eendenmossels ganzen gekropen. Monniken, de wetenschappers van de middeleeuwen, werden op basis van dit verhaal op onderzoek uitgestuurd en rapporteerden dat ze veerachtige structuren in de eendenmossels tegenkwamen en zelfs een klein gansje. Daarmee was het verhaal wetenschappelijk bevestigd. De brandgans heet vanwege dat verhaal in het Engels nog steeds barnacle goose en in zee, vaak op drijfhout, groeien goose barnacles. Linnaeus gaf deze goose barnacles de naam Lepas anatifera, van het Latijnse anatidea = eendachtigen.

In 1596 ontdekte Willem Barentsz het Nieuwe Land dat later bekend werd als Spitsbergen. Zijn bemanning ging aan land en vond een rotgans op een nest. De gans gooiden ze dood met een steen en de eieren namen ze mee aan boord. Daar schreef Gerrit van der Veer in het scheepslogboek dat nu eindelijk bewezen was dat de ganzen heel noordelijk broeden, maar dat er nog niemand ooit zo ver noordelijk was geweest.

Het oude verhaal bleef toch nog 100 jaar bestaan, ook omdat men van de kerk geen vlees mocht eten op vrijdag. Als een gans uit zee kwam dan was een smakelijke ganzenbout vis en geen vlees.



Inmiddels weten we beter. Vogelringen hebben ons geleerd dat er allerlei vogels zijn die trekken. Tegenwoordig volgen we ganzen met gekleurde ringen met inscriptie die tot op 300 meter afstand met een telescoop af te lezen zijn. In 1968 werden de eerste brandganzen op Spitsbergen met dat soort ringen uitgerust, en al die ganzen verschenen de volgende winter in Schotland. Er bestaan duidelijke trekbanen; de ganzen uit Groenland vliegen naar Ierland, de ganzen uit Spitsbergen vliegen naar Schotland en de ganzen uit Rusland vliegen naar Nederland. De gegraveerde kleurringen geven een individuele gans een naam. Door zichtwaarnemingen te verzamelen, kunnen we ook de timing en het broedsucces volgen en rekenen aan strategieën. De evolutie grijpt namelijk aan op het individu en niet op de groep, en tussen individuen bestaan grote verschillen. Zo produceert 10% van de volwassen vogels 50% van de volgende generatie en 50% van de volwassen ganzen lukt het nooit om een jong te produceren dat overleeft tot de winter.

Tekst loopt door onder de afbeelding.



Ganzen zijn monogaam. Als beide partners blijven leven, blijven ze voor altijd samen. In het voorjaar zorgt het mannetje dat het vrouwtje niet gestoord wordt bij het opvetten. Ze heeft al die energie nodig voor de trek naar het Noorden, het leggen en het uitbroeden van de eieren. Het mannetje waakt tijdens het broeden over het nest en het vrouwtje. Alleen de vrouw houdt de eieren warm. Als de eieren na 25 dagen broeden tegelijkertijd uitkomen, is het vrouwtje broodmager. Ze moet nu weer gaan eten en de man houdt dan de wacht. Als ganzen net uitgekomen zijn is vaak in één oogopslag te zien wie de wakende man of de uitgemergelde vrouw is. De vrouw blijft de jongen met regelmatige tussenpauzes warm houden totdat de jongen dat zelf kunnen. Een jonge brandgans is dan ongeveer 17 dagen oud. Dan komt er een nieuwe fase waarbij de ouders in de rui gaan. Op één moment verliezen ze alle grote slagpennen. De ganzen kunnen daarna 28 dagen niet vliegen terwijl de slagpennen met een snelheid van meer dan zeven mm per dag aangroeien. Na 45 dagen zijn de kuikens volgroeid en worden ze vliegvlug tegelijk met de ouders. Twee maanden later zijn ze samen weer op trek naar het Zuiden.



De jongen blijven tot diep in de winter bij de ouders. Daardoor kunnen we goed zien met hoeveel jongen iedere geringde gans uit de broedgebieden is aangekomen. Het zal twee jaar duren eer de jongen volwassen zijn en zelf gaan broeden. In de winter zoeken ze een partner in de grote groepen ganzen die uit allerlei kolonies komen. Het paar vliegt dan meestal naar het gebied waar de vrouw is geboren. Een mooi mechanisme om inteelt te voorkomen.



Maar waarom trekken de brandganzen naar het Hoge Noorden? Daar hebben we mooie verklaringen voor. De belangrijkste verklaring zit hem in de voedselkwaliteit. Daarvoor is het allereerst belangrijk om te weten dat er voor een grazer geen gemakkelijk verteerbaar voedsel bestaat. De meeste energie zit in celwanden van cellulose en die cellulose is alleen maar afbreekbaar door bacteriën. Een koe of een rendier heeft daarom een uitgebreid darmenstelsel waarin het voedsel in vaak meer dan twee dagen verteerd wordt. Al die tijd kunnen bacteriën hun werk doen en de celwanden afbreken. Ganzen hebben geen ruimte voor zo’n uitgebreid maagdarmkanaal; ze moeten immers kunnen blijven vliegen. Iedere hap die een gans neemt, komt er binnen twee uur aan de achterkant weer uit als een keutel. Bijna 100 happen per minuut en binnen iedere tien minuten een keutel van vier gram vers ofwel één gram drooggewicht, te kort om cellulose af te breken.



Om toch genoeg energie binnen te krijgen eet de gans bijna een pond gras per dag, maar nog belangrijker is dat dat gras een hoge kwaliteit moet hebben. Ganzen kunnen alleen maar groeien of opvetten als het gras meer dan 18% eiwit heeft, en dat komt van nature alleen voor bij gras in het vroege voorjaar. Zo komen we bij de ganzentrek. Nadat de graskwaliteit in de wintergebieden in het voorjaar te veel verminderd is, vliegen de ganzen naar een opvetgebied halverwege het Hoge Noorden. Daar is het dan net voorjaar en heeft het gras een hoge kwaliteit. Ze vetten op en leggen al de energiereserves aan voor de eieren en het bebroeden van de eieren. Die energiereserves zijn mooi te zien aan de ganzen, omdat er veel vet tussen hun poten komt te hangen, waarvan ze nog meer gaan waggelen. Als tijdens de tussenstop het eiwitgehalte van het gras weer wegzakt, vliegen de ganzen door naar de broedgebieden. Daar is dan nog weinig gras, maar als de eieren uitkomen is het voorjaar in de broedgebieden net begonnen en profiteren de ganzen voor de derde keer van het voorjaarsgras. Ganzen volgen met hun trek naar het Noorden dus de groene golf van eiwitrijk gras. Lekkere trek, dus.



Alle afbeeldingen bij dit artikel: arcticstation.nl



Auteur: Maarten Loonen

Foto van de auteur: Cecilia Sandström (uitsnede:BLIND)


           


Lees nóg een artikel over

biologie

ecologie


of lees verder in

Alle edities   Vakgebieden  
             

                   

Reageren





De redactie behoudt zich het recht voor om reacties in te korten of te verwijderen indien daar reden toe is.

Wilt u op de hoogte gehouden worden van nieuwe edities en activiteiten van Blind? Meldt u aan voor onze digitale nieuwsbrief: