Technologie als drijfveer

Technologie als drijfveer

Blieb, bliep. De elektronische kastjes van Evolving sonic environmentcommuniceren met elkaar door middel van piepende geluiden die van hoog naar laag gaan. De geluidsobjecten hangen als vogels aan het plafond van een kleine ruimte in het Nederlands Instituut voor Mediakunst, Montevideo/Time based arts. Ze luisteren naar elkaar en passen hun gepiep op elkaar aan. Zo ontstaat een ecosysteem van geluid dat toewerkt naar een evenwicht. Door binnen te treden verandert de bezoeker de akoestiek, waardoor het ecosysteem weer een nieuwe balans moet vinden. Technologie maakt dit kunstwerk mogelijk, tegelijkertijd is de installatie een reflectie op technologische ontwikkeling. Alles wat in het ecosysteem gebeurt, wordt opgeslagen. Het kunstenaarsduo Usman Haque en Rob Davis gaat de data analyseren. Ze willen weten hoe de apparaatjes zich hebben aangepast aan de aanwezigheid van bezoekers.

Usman Haque is niet alleen kunstenaar, maar ook ingenieur. Het feit dat een ingenieur mediakunst maakt, laat zien hoe technologie en mediakunst verweven kunnen zijn. Veel mediakunst attendeert de toeschouwer op het onzichtbare: elektromagnetische velden, geluidsgolven, radiogolven en draadloze netwerken. In het dagelijks leven zijn mensen zich nauwelijks bewust van deze technologie, omdat het niet waar te nemen is. Mediakunstwerken worden niet alleen gemaakt met behulp van technologie, maar hebben vaak technologie als onderwerp.

De huidige mediakunst staat ver af van hoe videogalerie Montevideo in 1978 onder leiding van VARA programmamaker René Coelho begon. Internationaal bestond de videokunst toen al ruim tien jaar. Kunstenaars kozen voor het medium video om zich te verzetten tegen de populaire televisiecultuur. Zo werd het negeren van conventies een vast kenmerk van videokunst. De mainstream film heeft altijd een plot. Dus is die bij videokunst vaak ver te zoeken. Een goed voorbeeld is de allereerste kunstvideo. In 1965 filmde Nam June Paik met een Sony Portapak, één van de eerste draagbare videocamera’s, de stoet van Paus Paulus VI in New York. Later speelde hij de opname af in een kunstenaarscafé in Greenwich, waarmee de eerste manifestatie van videokunst een feit was.

Videokunst is in de eerste jaren vaak een registratie van gebeurtenissen op artistiek gebied, zoals performances. Maar al gauw gaat de videokunst op eigen benen staan. Het experimenteren met filmtechnieken, zoals belichting en montage, wordt een vast onderdeel. De oervideokunstenaar Bill Viola speelt in zijn video-installaties veel met tijd. Zoals in de video Truth Through Mass Individuation uit 1976, waarin een man een ronde plaat op een groep duiven laat vallen. Als de duiven opvliegen wordt het beeld sterk vertraagd, waardoor het eruit ziet als een doorzichtige grijze wolk. Het is de techniek die dit mogelijk maakt, maar deze staat volledig in dienst van het kunstwerk.

Naast de videokunst ontstaat de computerkunst. Lillian F. Schwartz gebruikt in 1976 al computergestuurde videobeelden om het kunstwerk On-line te maken, dat de muziek van een rockband verbeeldt. Maar Schwartz is één van de weinigen. Eind jaren tachtig begint de opkomst van de pc en vanaf midden jaren negentig worden hardware en software zo gebruiksvriendelijk dat een veel grotere groep kunstenaars er gebruik van maakt. Ook de gedaalde prijzen van apparatuur dragen bij aan de toenemende populariteit. De aparte termen videokunst en computerkunst zijn niet meer werkbaar, omdat beide technieken samen en door elkaar worden gebruikt. Computer- en videokunstenaars zijn mediakunstenaars geworden.

In 1993 fuseert Montevideo met een andere instelling voor videokunst, Time Based Arts. Ze gaan verder als het Nederlands Instituut voor Mediakunst. Het nieuwe instituut betrekt in 1997 een monumentaal pand op de Keizersgracht in Amsterdam. Een jaar later houdt algemeen directeur van Montevideo Heiner Holtappels, de opvolger van Coelho, een lezing over technologische vernieuwingen en hun invloed op kunst. De lezing van Holtappels is een teken aan de wand. De digitale vooruitgang zorgt niet alleen voor nieuwe mogelijkheden in de mediakunst, maar ook voor een toenemende aandacht voor thema’s als wetenschap, communicatienetwerken en het kunstmatige. Dat blijkt onder meer uit de tentoonstellingen in het Nederlands Instituut voor Mediakunst. In 2001 toonde de tentoonstelling hybrid<life> forms het recente werk van Australische kunstenaars. De diversiteit en levendigheid van de technologische groei staat centraal. Dat is onder andere terug te zien in de installatie Rapt van Justine Cooper. De kunstenares zette MRI scans van zichzelf achter elkaar als een lichaam van data. Twee jaar later is de technologie weer een belangrijk onderwerp in de expositie Spatial Media Special. Jan Peter van der Wenden exposeert op die tentoonstelling Digital Pin Display, een scherm bestaande uit smalle metalen pinnen. Door middel van computergestuurde motoren worden sommige pinnen ingedrukt. De afbeelding die ontstaat op het oppervlak van de pinnen is de transformatie van een tweedimensionale computerimage naar een driedimensionaal resultaat.

Wat is mediakunst eigenlijk? Volgens het instituut zelf zijn dit alle vormen van tijdgerelateerde kunstwerken die met geluid en/of beeldregistratie tot stand komen. Met tijdgerelateerd wordt bedoeld dat een kunstwerk in beweging is. Toch vallen niet alle mediakunstwerken onder die noemer. Een goed voorbeeld is Cell phone disco van Ursula Lavrencic en Auke Touwslager. Het kunstwerk is een spel met onzichtbare elektromagnetische straling. Zodra de toeschouwer iemand opbelt met zijn mobiele telefoon, lichten er LED lampjes op. Hoe sterker de straling, des te meer LED lampjes er aangaan. Het kunstwerk is in beweging, maar het is geen beeld of geluid wat hier wordt geregistreerd; elektromagnetische straling wordt vertaald in licht. Op de website van het instituut staat dat het zichzelf het doel stelt om een vrije ontwikkeling, toepassing, verspreiding van, en reflectie op nieuwe technologieën binnen de beeldende kunst te bevorderen. Van deze opdracht kan een betere definitie van het mediakunstwerk worden afgeleid: een tijdgerelateerd kunstwerk dat via technologie tot stand komt.

Technologie is als thema bijna niet meer weg te denken uit de mediakunst. Misschien omdat de kunststroming sterk van technologie afhankelijk is. Zoals in het project spring_alpha, een kunstproject dat de Schot Simon Yuill in 2004 in Montevideo exposeert. Spring_alpha is netwerkspel waarin een kleine stedelijke gemeenschap wordt gesimuleerd. De software onderzoekt de sociale praktijken binnen de simulatie, maar ook de onderliggende computercode die het systeem beheert. Ook in het werk van kunstenaarsduo JODI heeft de computer een hoofdrol. Ze simuleren computercrashes, virussen en foutmeldingen. In al hun projecten ligt een grote scepsis over computers en internet. Het duo laat niet de mogelijkheden, maar de onmogelijkheden van computersoftware zien. Deze reflectie op technologie is ook aanwezig op Natural Habitat, een expositie van het Nederlands Instituut voor Mediakunst in 2006 die reflecteert op het snijvlak tussen natuur en technologie. Een onderdeel van de tentoonstelling is het project Metabiosisvan Artists in Residence Marloes de Valk en Aymeric Mansoux. In een digitaal ecosysteem hebben zij kleine pakketjes data geprogrammeerd die kunnen migreren, sterven en zich voortplanten. Via de installatie onderzoeken de kunstenaars de evolutie van kunstmatig leven.

Sommige mediakunst reflecteert niet alleen op technologie, maar neemt ook een standpunt in. De Russische kunstenares Olga Kisseleva werkte voor haar project Landstream uit 2006 samen met wetenschappers. Zij registreerden de elektromagnetische velden rond nucleaire installaties en luchthavens en zetten de gegevens om in grafische beelden van uitslaande golfbewegingen. Naar aanleiding van deze beelden maakte Kisseleva schilderijen die de elektronische informatiestroom verbeelden. Naast de schilderijen toont de kunstenares met behulp van foto’s het werkproces, omdat zij het publiek bewust wil maken van wat zij elektromagnetische vervuiling noemt.

De mediakunst heeft sinds Nam June Paik een ontwikkeling doorgemaakt die nog lang niet op zijn eind is. Vooruitgang in de technologie zal er steeds voor zorgen dat mediakunst zich vernieuwd. Inhoudelijk is te zien dat de mediakunstenaar steeds meer is gaan reflecteren op de technologie waar hij gebruik van maakt. Hoe ingrijpender en onmisbaarder technologie wordt in de samenleving, hoe meer deze reflectie binnen de mediakunst zal doorzetten.

Leave a Reply

Your email address will not be published.