Column: Hufterverschrikker

Column: Hufterverschrikker

 

Ik moet de laatste tijd vaak denken aan The Birds. De herinnering aan de film van Alfred Hitchcock uit 1963 wordt veroorzaakt door de priemende, ijsblauwe blik van de kauwen en het agressieve gekras van de kraaien die de buurt van mijn nieuwe huis terroriseren als een stel gevleugelde hangjongeren. Mochten er plannen zijn voor een remake van de film, dan is de locatie voor de opnames van The Birds 2009 wat mij betreft al bepaald.

Elke avond als het begint te schemeren stroomt de lucht vol met kauwen en kraaien alsof er ergens een kraan zwarte vogels open wordt gezet. Met z’n honderden zetten ze koers richting de Sint-Jan. Daar strijken ze neer op de top van de Bossche kathedraal om als een leger levende gargouilles de nacht door te brengen. Bij het ochtendgloren verspreiden ze zich weer over de stad en nemen bezit van de bomen in de straten. Daar loeren ze vanaf hun tak op alles wat beweegt, om met de dag brutaler te worden. Ze fladderen hoogstens een hupje opzij als ik ze bij mijn broodje gerookte kip wegjaag of op ze dreig te stappen.

Ik was van plan om in mijn spiksplinternieuwe onderkomen de moestuin waar ik altijd al van gedroomd heb te beginnen. Mijn vriendin en ik zijn namelijk net verhuisd naar een appartement op de begane grond, en daar hoort ook een tuintje bij. Maar als ik daar mijn ziel en zaligheid in ga steken, terwijl mijn oogst vervolgens eindigt als witte klodders op de voorruit van onze auto, dan denk ik daar eerst nog wel even over na. Maar wat kan ik er tegen doen?

Een vogelverschrikker is geen optie meer, zo hoorde ik vorige maand op het nieuws. De ouderwetse vogelverschrikker is uit het landschapsbeeld verdwenen, simpelweg omdat hij niet meer werkt. De vogels hebben geleerd dat ze niets te vrezen hebben van het levenloze poppetje van stro. Na honderden jaren lang te zijn gevlucht voor een namaakmens zijn ze er nu eindelijk achter dat een vogelverschrikker niet veel meer kan dan staan. Maar wat kan nu de reden zijn van het plotselinge brutale gedrag en verhoogde agressiviteit van de vogels in Nederland?

Naar mijn mening is het een gevolg van een combinatie van twee op zichzelf staande verschijnselen.

Naar het eerste verschijnsel is al erg lang onderzoek gedaan: het imitatiegedrag bij vogels. Onderzoekers als Radford, Mace en Everdingen zijn bekende namen op dit gebied. Het blijkt daarbij dat vogels als spreeuwen en prieelvogels niet alleen soortgenoten imiteren, maar vrijwel elk geluid in hun omgeving. Zo is het niet uitzonderlijk dat er geluiden van een cirkelzaag, politiesirene of brommer uit hun snavel schallen. En zoals bij zoveel gedragspatronen is ook hier seks de drijfveer. Een goede imitator, zo is namelijk de heersende opvatting bij vrouwtjesvogels, is een goede partner.

De tweede factor voor het agressieve en brutale gedrag van de vogels is een verandering die plaatsvindt in de Nederlandse samenleving. Uit onderzoek is gebleken dat de agressie toeneemt. Er komen signalen vanuit de jeugdpsychiatrie dat de jeugdcriminaliteit verhardt, dat het aantal gevallen van agressie in het openbaar vervoer het afgelopen jaar fors is toegenomen (driekwart van het bus-, tram- en metropersoneel was de afgelopen twaalf maanden slachtoffer van agressie) en dat het hooliganisme zich steeds meer buiten het voetbal lijkt af te gaan spelen. De gebeurtenis rond het dansfeest Veronica Sunset Grooves is hier een schoolvoorbeeld van geworden. Het feest eindigde in een massale vechtpartij waarbij de politie tegenover een grote groep agressieve hooligans kwam te staan en uiteindelijk met scherp heeft moeten schieten om het gevaar af te wenden. Dat terwijl vroeger alleen al de aanwezigheid van de politie een preventieve werking had. Als een zogenaamde hufterverschrikker zal ik maar zeggen. Maar net als bij de vogelverschrikker is ook alleen de aanblik van de hufterverschrikker niet genoeg meer om de raddraaiers weg te houden.

Deze twee factoren bij elkaar genomen kan er eigenlijk maar één conclusie volgen: de vogels nemen een voorbeeld aan de mensen. Want als je als vrouwtjesvogel van een goede imitator houdt, wat is er dan aantrekkelijker dan een mannetjesvogel die niet alleen geluiden imiteert maar ook het agressieve gedrag van de mensen?

Dan rest nog steeds de vraag hoe ik mijn toekomstige moestuin moet beschermen tegen de onverschrokken vogels. Misschien dat ik volgende zomer maar gewoon het terrein op stap bij het eerste het beste strandfeest dat uit de hand dreigt te lopen. Daar beloof ik dan een agressieve hooligan een kratje pils en een paar tientjes. In ruil daarvoor moet hij wel een paar uur in mijn moestuin gaan staan schelden en slaan naar de vogels die mijn oogst bedreigen. Zo kan die hooligan ongestoord zijn hobby uitoefenen en pluk ik daar dan weer de vruchten van.

Noten en/of literatuur

Rougoor, W., ‘Onderzoek naar het imitatie-talent van vogels’, in: CNR, 1996,http://www.natuurgeluid.nl/imitat03.htm (22 maart 2007).

Leave a Reply

Your email address will not be published.