Not afraid

De rol van angst bij contra-terrorismebeleid

Not afraid

De rol van angst bij contra-terrorismebeleid

Woensdag 7 januari verzamelde een menigte zich op het Place de la République in Parijs. Naast de nieuwe kreet voor vrijheid van meningsuiting – Je suis Charlie – was er nog een veelgehoorde leus. Deze lichtte op aan de voet van het monument in het midden van het plein: ‘Not Afraid’ (The Guardian, 8 januari 2015). Na de aanslagen in en om Parijs trachtten de mensen op het plein te laten zien dat de terroristen hun doel niet hadden behaald. Ze waren niet bang geworden door de terroristische aanslagen, terwijl angst verspreiden een essentieel onderdeel van terrorisme en contra-terrorismebeleid is. In dit artikel wordt de rol van angst voor de ontwikkelingen op het gebied van contra-terrorismebeleid besproken. Daarnaast wordt aandacht besteed aan het fenomeen securitisering – waaraan veiligheidsbeleid onderhevig is. Dit wordt vervolgens verbonden aan Nederlands contra-terrorismebeleid en het thema angst.

Terrorisme kan omschreven worden als “het uit ideologische motieven dreigen met, voorbereiden van, of plegen van ernstig op mensen gericht geweld, dan wel daden gericht op het aanrichten van maatschappijontwrichtende zaakschade, met als doel maatschappelijke veranderingen te bewerkstelligen, de bevolking ernstige vrees aan te jagen of politieke besluitvorming te beïnvloeden.” (Nationale Contra-terrorismestrategie 2011-2015, 2011: 20). Deze definitie komt uit de Nationale Contra-terrorismestrategie 2011-2015 waarin de strategie voor het Nederlands contra-terrorismebeleid uiteen gezet wordt. De rol van angst binnen contra-terrorismebeleid kan omschreven worden als controversieel. Het tegengaan van angst is essentieel voor contra-terrorismebeleid, omdat angst zijn weerslag kan hebben op de samenleving als geheel. Tegelijkertijd kan angst functioneel zijn voor contra-terrorismebeleid, daar het als katalysator kan werken voor de steun vanuit de samenleving voor offensieve contra-terrorismemaatregelen (Bakker en Veldhuis, 2012). Met andere woorden: het democratisch draagvlak voor meer impactvolle veiligheidsmaatregelenmaatregelen kan groeien naarmate men een aanslag meer vreest. Daar er een trend gaande is waarin er steeds meer en meer omvattende maatregelen op het gebied van veiligheidsbeleid bijkomen, kan men zich afvragen wat de gevolgen zijn van angst voor terrorisme op het gebied van beleid en welke weerslag dit vervolgens op de samenleving kan hebben (de Graaf, Forum, 2010).

Een van de mogelijke gevolgen van angst voor terrorisme is dat een samenleving vatbaarder is voor overdreven reacties op het emotionele, politieke en beleidsmatige vlak (Bakker en de Graaf, 2014). De acute dreiging van terrorisme kan als politieke verantwoording gebruikt worden om veiligheidsbeleid – waaronder contra-terrorismebeleid – uit te breiden en een bredere focus te hanteren (de Graaf1, 2010). Beleidsmakers willen zo min mogelijk aspecten van de dreiging van terrorisme missen en zijn derhalve gebaat bij een brede formulering van contra-terrorismemaatregelen (Weinberg et al., 2004). Vanuit de politiek moet deze bredere focus en de effectiviteit van beleid verdedigd worden voordat men tot implementatie kan overgaan. Daarbij komen naast vragen over het inhoudelijk succes van beleidsmaatregelen ook vragen over de legitimiteit, proportionaliteit en integriteit van bepaalde politieke beslissingen aan bod (de Graaf, Theater van de angst, 2010). Een brede formulering brengt risico’s met zich mee, risico’s die mogelijk door meer mensen geaccepteerd worden wanneer de angst voor terrorisme hun afwegingen beïnvloedt. Een gevolg van angst voor terrorisme is dus dat veiligheidsbeleid aanzienlijk in omvang groeit, en deze trend is sterk zichtbaar sinds 9/11 én heeft mogelijk zijn weerslag op steeds meer beleidsterreinen (de Graaf1, 2010). Zo verschafffen veiligheidsmaatregelen meer mogelijkheden aan overheidsinstanties, waaronder de groeiende mogelijkheid tot het eerder ingrijpen in risicovolle situaties en het verzamelen, delen en gebruiken van persoonlijke gegevens van Nederlanders. Dit fenomeen, waarbij veiligheidsbeleid steeds meer omvattende, verder strekkende gevolgen heeft en overgeheveld wordt naar andere beleidsterreinen, wordt securitisering genoemd. Daarbij is een nieuwe vorm van veiligheidsdenken dominant: het willen voorkomen en inperken van risico’s. Al ruim twee decennia terug constateerde Foucault het bestaan van deze tendens in de samenleving. Hij stelde dat de expansie van veiligheidsbeleid een nieuwe machtsverhouding tussen de overheid en de bevolking teweeg bracht (de Graaf1, 2010). Ook Boutelier – hoogleraar ‘Veiligheid en burgerschap’ – ziet een nieuwe verhouding tussen burgers en overheid ontstaan, waarbij de bevolking niet om bescherming tegen maar van de overheid vraagt (Trouw, 6 september 2014). Veiligheidsbeleid kenmerkt zich in het kader van risicobeperking echter niet alleen door bescherming maar ook door controle. Op deze wijze kan veiligheidsbeleid, en in bredere zin securitisering, bepaalde neveneffecten tot gevolg hebben voor de bevolking op het gebied van privacy de (Graaf en Eijkman, 2011). “Wetten die bedoeld waren om terrorismebestrijding te faciliteren, worden in sommige gevallen gebruikt om gegevens over steeds meer onschuldige burgers op te slaan.”, zo stelde de Graaf in haar jaarlezing voor Forum, een Instituut voor multiculturele vraagstukken (de Graaf1, 2010: 16). Tegelijkertijd worden gegevens tussen verschillende overheidsinstanties eerder gedeeld waarbij het nieuwe veiligheidsdenken niet alleen toegepast wordt op terroristen (Vedder et al., 2007). Ook de gegevens van bijvoorbeeld belastingbetalers en voetbalsupporters worden gebruikt om het risico op fraude en rellen te ondervangen (de Graaf1, 2010). Een ander gevolg van securitisering en breder geformuleerd beleid is dat bepaalde vormen van beleid kunnen leiden tot meer spanningen in de samenleving (Bakker en de Graaf, 2014). Zo kunnen veiligheidsmaatregelen die verder strekken, die meer impact hebben op de bevolking, burgers confronteren met de op hande zijnde dreiging. Vervolgens kan het mortality salience effect optreden, waarbij mensen die geconfronteerd worden met de dreiging voor hun leven trachten veiligheid binnen een bepaalde groep te vinden. Tegelijkertijd kunnen ze zich distantiëren van andere groepen in de samenleving en daarbij een zodanig negatief beeld van andere groepen scheppen dat er een vijandbeeld gecreëerd wordt (Creutz-Kämppi, 2008). Securitisering kan derhalve tot processen van in- en uitsluiting in de samenleving leiden (de Graaf1, 2010). Deze processen kunnen vervolgens radicalisering van groepen in de hand werken en zelfs leiden tot meer terrorisme (Bakker en de Graaf, 2014).

Door angst kunnen politieke beslissingen op het gebied van veiligheids- en contra-terrorismebeleid gesteund worden die uiteindelijk kunnen leiden tot meer angst, verdeeldheid in de samenleving en een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van mensen. Dit omdat veiligheidsbeleid onderhevig is aan het fenomeen securitisering waarbij de wisselwerking tussen veiligheidsmaatregelen en burgers neveneffecten met zich mee kan brengen. Meer onderzoek naar de impact van angst op de bevolking en beleidsmakers is derhalve zeer relevant.

‘Not Afraid’, zo verkondigde men op het plein in Parijs en ook in Nederland werd er gereageerd op de gebeurtenissen rondom Charlie Hebdo, zowel door publieke demonstraties als vanuit de politiek. Minister Opstelten liet weten vaart te willen zetten achter de behandeling van nieuwe contra-terrorismewetten waarmee het mogelijk wordt om het Nederlanderschap van bij terroristische organisaties aangesloten mensen in te trekken (AD, 11 januari 2015). Met deze maatregel wordt beoogd de overheid bredere bevoegdheden te geven om weerstand te bieden aan terrorisme. Ze zouden ook kunnen leiden tot een proces van in- en uitsluiting waarbij het wij-versus-zij discours verscherpt wordt.

Noten en/of literatuur

Algemeen Dagblad (11 januari 2015). Opstelten wil tempo in anti-terreurwetten. Geraadpleegd op: www.ad.nl/…

Bakker, E. en de Graaf, B. (2014). Towards a Theory of Fear Management in
Counter-Terrorism Domain.
 International Centre for Counter-Terrorism (ICCT) – The Hague. Research Paper, Januari 2014. Geraadpleegd op: www.icct.nl/… (pdf)

Bakker, E. en Veldhuis, T. (2012). A Fear Management Approach to Counter-Terrorism. International Centre for Counter-Terrorism (ICCT) – The Hague. Discussion Paper
February 2012. Geraadpleegd op: www.icct.nl/… (pdf)

Creutz-Kämppi, K. (2008). The Othering of Islam in a European Context. Polarizing Discourses in Swedish-Language Dailies in Finland. Nordicom Review 29 (2008) 2, pp. 295-308

Graaf, B.A. de en Eijkman, Q. (2011). Terrorismebestrijding en securitisering; een rechtssociologische verkenning van de neveneffecten in ‘Function creep en privacy’. Justitiële verkenningen, jrg. 37, nr. 8, 2011: 33-53

Graaf, B.A. de (2 november 2010). Waar zijn wij bang voor? Veiligheidsdenken en de angst voor de ander. Forum Jaarlezing. Forum. Instituut voor multiculturele vraagstukken. (de Graaf1).

Graaf B.A. de (2010). Theater van de angst. De strijd tegen terrorisme in Nederland, Duitsland, Italië en Amerika. Amsterdam: Boom. (de Graaf2).

Nationale Coordinator Terrorismebestrijding (2011). Nationale Contraterrorismestrategie 2011-2015. Den Haag, Ministerie van Veiligheid en Justitie. Geraadpleegd op: www.rijksoverheid.nl/…

Trouw. Van de Poll, W. (6 september 2014). Bespied achter de virtuele spiegel. In Dossier Media & Technologie. Geraadpleegd op: www.trouw.nl/…

Vedder, A., van der Wees, L., Koops, B.J. en de Hert, P. (2007). Van privacyparadijs tot controlestaat? Misdaad- en terreurbestrijding in Nederland aan het begin van de 21ste eeuw. Den Haag: Rathenau Instituut, Studie 49.

de Volkskrant. Politiek. Persson, Michael. (1 oktober 2014). Burger wordt straks doorgelicht zoals profiel van crimineel wordt opgesteld. Geraadpleegd op: www.volkskrant.nl/…

informatie auteursrechten (zelfgemaakt / bron + licentie) per afbeelding*:

Afbeelding Not Afraid: The Guardian. White, M. (8 januari 2015). After the Charlie Hebdo attack, let’s not pretend we’re not afraid. Geraadpleegd op: www.theguardian.com/…

Maaike Spaans

 

Maaike Spaans is studente Crisis and Security Management aan de Universiteit Leiden. Bij het thema angst dacht ze aan de rol van angst binnen veiligheidsbeleid en in de huidige ontwikkelingen op het gebied van terrorisme en inlichtingendiensten.

Leave a Reply

Your email address will not be published.