Digitalisering van de vruchtbaarheid

De politiek van het gedigitaliseerde lichaam

Digitalisering van de vruchtbaarheid

De politiek van het gedigitaliseerde lichaam

Digitalisering van het lichaam. Dit klinkt eigenlijk als een tegenstelling: alsof iets fysieks (je lichaam) virtueel wordt. Vaak denken we dat technologie en hoe we die dagelijks gebruiken ons afleidt van de wereld, van ons lichaam, van het fysieke. Maar gek genoeg ben ik er in mijn onderzoek achter gekomen dat digitalisering ook kan betekenen dat we een vernieuwde verhouding tot ons lichaam kunnen krijgen. Daarnaast is het me steeds meer duidelijk geworden dat deze nieuwe verhouding tot het lichaam een politieke dimensie heeft.

In mijn onderzoek kijk ik naar digitale technologieën die bedoeld zijn voor het omgaan met onze vruchtbaarheid. Het managen van je vruchtbaarheid (als je bijvoorbeeld een zwangerschap wil voorkomen) is vaak zo’n onderwerp waar je in de spreekkamer van de huisarts advies over krijgt. De huisarts kan bijvoorbeeld de pil voorschrijven of een spiraal plaatsen als vorm van anticonceptie. Er wordt uiteraard farmaceutisch onderzoek gedaan naar nieuwe soorten anticonceptie. Toch zijn de meeste gangbare medisch-farmaceutische methodes zoals de pil en het spiraaltje al vrij lang in omloop. Nu krijgen we door innovatieve digitale technologieën, apps en wearables, nieuwe manieren om onze vruchtbaarheid te managen. Met gebruik van (min of meer betrouwbare) apps is het mogelijk om de fysiologische gegevens van een ovulerend persoon te verzamelen en interpreteren, om daarmee te bepalen of iemand wel of niet vruchtbaar is op een bepaalde dag. Hoe verschillende gebruikers deze technologieën gebruiken als vorm van geboorteplanning en hoe ze daarover met elkaar communiceren is heel interessant om te onderzoeken. Daarnaast kunnen we ons afvragen op welke manier we ons tot ons lichaam verhouden wanneer we deze technologieën gebruiken. Als laatste prangt de vraag wat voor soort (leken)kennis er ontstaat door het gebruik van deze technologieën, en hoe deze kennis zich verhoudt tot de medische wetenschap. Dit onderwerp roept dus een hele hoop verschillende vragen op, die we niet vanuit een enkele discipline kunnen beantwoorden. De oplettende lezer kan in de paar zinnen hierboven al meerdere disciplines terugvinden (van geneeskunde, mediastudies en antropologie, tot filosofie van de technologie en wetenschapsfilosofie) die relevant zijn voor dit onderzoek. Dit maakt dit thema heel lastig te bestuderen, maar tegelijkertijd heel fascinerend.

Toen ik mij verder verdiepte in deze digitale technologieën bleek dat de politieke dimensie van dit onderzoeksthema ook de aandacht vraagt. Die politieke dimensie zien we niet alleen terug in bijvoorbeeld het feit dat de overheid ook een rol speelt in wat de huisarts kan en mag, bepaalt welke vormen van geboortebeperking toegestaan zijn (en wanneer en onder welke voorwaarden) en over het algemeen bepaalde beleidskeuzes maakt m.b.t. de populatie. Ook op een fundamenteler niveau is het interessant om je af te vragen op welke manier macht een rol speelt de digitalisering van vruchtbaarheid. Michel Foucault beschreef in Geboorte van de Kliniek (Foucault 2008) en Geschiedenis van de Seksualiteit (Foucault 1984) op welke manier instituties zoals het ziekenhuis of de biechtstoel macht uitoefenen op de mensen die zich hierbinnen begeven. Zonder al te veel in te gaan op Foucault’s denken, kunnen we ons wel voorstellen hoe er, bijvoorbeeld door de huisarts, een bepaald soort macht wordt uitgeoefend op mensen, al is het alleen maar door de vragen die gesteld worden.1 Ook de wetenschapsfilosofische vraag komt hier weer de hoek om kijken: op welke manier erkent de huisarts de zelfkennis van patiënten over hun lichaam? Of is het lichaam van de patiënt voor de arts niet een bron van kennis, maar eerder een object waar kennis op wordt toegepast? En wat betekent dit precies voor de verhouding tot ons eigen lichaam?

De mensen die actief zijn in de (online) communities van vruchtbaarheidstrackers2 verzetten zich tegen de medicalisering van de vruchtbaarheid, de manier waarop het lichaam en haar vruchtbaarheid in de medische praktijk worden behandeld en het gebrek aan erkenning voor de “natuurlijke”, niet-hormonale methodes door de medische gemeenschap. Er heerst onder deze gebruikers een groot bewustzijn van het verschil in benadering en de botsende visies op het lichaam tussen de arts en de patiënt. Het wordt dan ook als de grote uitdaging gezien om juist ook de ervaring, visie en kennis van de leek ten opzichte van de arts opnieuw te valideren. Men wil dat het lichaam van de patiënt niet alleen het lijdend voorwerp of object van de (medische) handelingen is, maar dat de patiënt juist ook als subject met een eigen inbreng gezien kunnen worden. In die zin zou je kunnen zeggen dat deze communities ook een vorm van politiek activisme zijn. Tegelijkertijd is het natuurlijk nog maar de vraag wat voor vorm van macht er precies ontstaat door de digitalisering van vruchtbaarheid. De digitale anticonceptie kan de medicalisering ervan weliswaar terugdringen, maar deze digitalisering bestaat natuurlijk niet in een machtsvrij vacuüm.

Nu dan, die kwestie over de lichamelijke ervaring van de vruchtbaarheid door haar digitalisering. Digitalisering van vruchtbaarheid heeft een andere dynamiek dan de digitalisering van een boek of een afbeelding. Als we een boek of afbeelding inscannen en daarmee digitaliseren, maken we een digitale kopie van een fysiek voorwerp. In die zin krijgt het boek of de afbeelding een (minder materiele) virtuele kopie. Het ervaren van deze digitale kopie wordt vaak gezien als iets wat ons vervreemdt van ons lichaam, omdat we bij het lezen van een digitaal boek of het bekijken van een digitaal schilderij geen directe fysieke, maar een gemedieerde verhouding tot het boek of het schilderij hebben. De lichamelijke ervaring van het vasthouden van het boek of het staan voor het schilderij wordt ingeruild voor het via een beeldscherm ervaren van een kopie van dit fysieke object. Bij de digitalisering van vruchtbaarheid gaat dat net iets anders. We hebben te maken met digitale technologieën waarmee een gebruiker dagelijks en herhaaldelijk, door het lichaam te meten, of te observeren, een fysiek proces kan monitoren. De gegevens die de gebruiker verzamelt, worden door de app weergegeven in bijvoorbeeld een grafiek. De verzamelde gegevens zijn dus in deze weergave samengebracht en gevisualiseerd voor de gebruiker. Deze weergave representeert dan het verloop van lichamelijke processen (zoals bijvoorbeeld een menstruatiecyclus met een ovulatie) die er plaatsvinden in het lichaam. Deze data of weergave wordt vervolgens door de gebruiker weer geïnterpreteerd in het licht van de dagelijkse ervaring van het lichaam, en andersom, de dagelijkse ervaring van het lichaam wordt geïnterpreteerd in het licht van de data. Hierdoor kunnen de fysiologische processen die zijn weergegeven juist ook inwendig-somatisch ervaren worden, bijvoorbeeld wanneer een gebruiker zich steeds meer bewust wordt van processen zoals (de aanloop op) de ovulatie.3 Of beter gezegd, er kan sprake zijn van een hermeneutische cirkel tussen de gevisualiseerde data van het lichaam en de belichaamde ervaring van het lichaam. Doordat er meer (gevisualiseerde) kennis en inzicht over de lichaamsprocessen ontstaat, kan er ook meer aandacht en gevoel voor het lichaam ontwikkeld worden. Tegelijkertijd kan kennis van het lichaam op sommige momenten juist ook verwarrend zijn, bijvoorbeeld als de gegevens die worden verzameld niet stroken met ervaring die de gebruiker van zijn/haar lichaam heeft. Er is dus goed kwalitatief onderzoek nodig om te kunnen beschrijven hoe en op welke manier de digitalisering van lichaamsprocessen onze relatie tot ons lichaam verandert.

Als we dit in ogenschouw nemen, krijgt het politiek activisme van de vruchtbaarheidstrackers nog een extra dimensie. Het gaat misschien niet alleen om een strijd tegen de medicalisering van het lichaam of de strijd voor de erkenning van de inbreng van de patiënt. Misschien gaat het veel meer om een heel nieuw idee over wat belichaamd zijn precies betekent en de daarbij horende (fysieke) ervaring. De wetenschapsfilosofische kwestie rondom de erkenning van de patiëntenkennis is dus niet alleen een kwestie over kennis, maar juist ook een politieke kwestie. Een strijd over de verschillende mogelijke manieren waarop we ons lichaam kunnen kennen, maar ook over de verschillende manieren waarop we ons lichaam kunnen voelen en kunnen zijn.

De filosofie van de technologie is hiermee dus automatisch ook een filosofie van het lichaam. En de geneeskunde is misschien ook altijd automatisch politicologie. Dit is een van de redenen dat ik dit onderwerp zo fascinerend vind: het laat zien hoe complex de (wetenschappelijke) praktijken rondom de vruchtbaarheid zijn. De relaties en interacties tussen disciplines – die niet altijd zo duidelijk zichtbaar zijn – worden in één klap onmiskenbaar.

Noten

1. Interessant experiment om eens uit te voeren: ga naar je huisarts en vraag om de pil of een andere vorm van anticonceptie en schrijf op wat voor vragen er allemaal gesteld worden. Waar gaan deze vragen eigenlijk allemaal over? Dit experiment is wat lastiger uit te voeren door cis-mannen, die zullen misschien eerst moeten wachten op de hormonale anticonceptie voor mannen.

2. Mensen die met behulp van technologieën hun vruchtbaarheid bijhouden als vorm van anticonceptie, geboorteplanning of om kennis over de eigen gezondheid en vruchtbaarheid te verzamelen.

3. Bijvoorbeeld het ervaren van mittelsmerz (ovulatiepijn) die in eerste instantie misschien als een niet te plaatsen buikkramp wordt ervaren, kan, met voldoende kennis en ervaring, makkelijker worden gelokaliseerd en geclassificeerd als pijn in een van de ovaria

Noten en/of literatuur

Foucault, M. (1984). Geschiedenis van de seksualiteit 1. De wil tot Weten. Nijmegen: Sun.

Foucault, M. (2008). Geboorte van de kliniek. Een archeologie van de medische blik. Amsterdam: Boom.

Ellen Algera


Ellen Algera doet momenteel onderzoek naar dit relatief nieuwe verschijnsel. Ze heeft opleidingen in Mediastudies, Culturele Analyse en Filosofie afgerond. Haar werk als docent bij Bèta-gamma heeft haar interesse in Wetenschap- en Technologiestudies aangewakkerd. Op dit moment werkt ze naast het onderwijs aan haar onderzoeksvoorstel en schrijft ze subsidieaanvragen om het onderzoek te financieren.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *