De juridische kant van genot – hoe strafbaar is seks voor kinderen en jongeren

Seksuele zelfbeschikking in Nederland

De juridische kant van genot – hoe strafbaar is seks voor kinderen en jongeren

Seksuele zelfbeschikking in Nederland

Stel, je bent net vijftien geworden, je hebt een vriendje van zeventien jaar en het stadium van handjes vasthouden zijn jullie gepasseerd. Na de eerste tongzoen ben jij benieuwd naar meer. Je vriendinnen hebben ‘het’ immers al eens gedaan en jij denkt dat je er ook aan toe bent. ‘Moet kunnen’, denk je. Jij bent immers de baas over je eigen lichaam, toch? Hoewel de Nederlandse wetgever seksuele zelfbeschikking onder jongeren erkent, is hij desalniettemin streng wanneer het gaat om seksuele handelingen met minderjarigen. De groep minderjarigen is onderverdeeld in drie verschillende groepen:

0 tot 12 jaar

Artikel 244 Wetboek van Strafrecht (Sr) heeft betrekking op minderjarigen onder de twaalf jaar en schrijft voor dat handelingen zoals het seksueel binnendringen1 van het lichaam verboden is. Hieronder wordt verstaan vaginaal, oraal dan wel anaal binnendringen van het lichaam. Iedere vorm van binnendringen met een seksuele strekking is strafbaar. De Hoge Raad heeft in 2003 geoordeeld dat een gedwongen tongzoen niet langer geldt als seksueel binnendringen. Iemand tot een tongzoen dwingen blijft nog altijd strafbaar onder artikel 246 Sr (feitelijke aanranding van de eerbaarheid). Iemand die zich schuldig maakt aan het seksueel binnendringen van een minderjarige beneden twaalf jaar riskeert een gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of een geldboete van de vijfde categorie.2 Voor deze groep minderjarigen is het aspect van vrijwillige of onvrijwillige deelname aan de seksuele handelingen onbelangrijk. Met andere woorden: het maakt niet uit of de minderjarige onder de twaalf jaar met het seksueel contact heeft ingestemd.

12 tot 16 jaar

Jongeren verrichten op steeds jongere leeftijd seksuele handelingen waardoor gesteld kan worden dat de sociaal-ethische norm de afgelopen jaren is verschoven, in die zin dat jeugdigen op steeds jongere leeftijd seksuele handelingen verrichten.3 Artikel 245 Sr is opgesteld ter bescherming van de seksuele integriteit van de personen die daartoe, gelet op hun jeugdige leeftijd in het algemeen geacht worden daartoe niet of onvoldoende in staat te zijn. Seksuele handelingen met minderjarigen van twaalf tot zestien jaar die bestaan uit het ‘buiten echt’ plegen van ontucht zijn ook verboden.4, 5 Wanneer deze ontuchtige handelingen worden gepleegd, riskeert de pleger een gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of een geldboete van de vijfde categorie. Ook hierbij maakt het niet uit of de handelingen vrijwillig of onvrijwillig hebben plaatsgevonden.

 16 tot 18 jaar


Artikel 245 Sr leert ons dat de seksuele meerderjarigheid in Nederland is gesteld op zestien jaar. Dat betekent dat seksuele handelingen bij zestien- en zeventienjarigen in beginsel geoorloofd zijn, tenzij daarvoor geen toestemming is gegeven. De eis van vrijwillige en onvrijwillige deelname aan seksuele handelingen geldt niet bij deze groep jongeren van zestien en zeventien jaar. Toch heeft de wetgever bepaalde handelingen expliciet verboden waardoor ontucht zo veel mogelijk wordt ingeperkt. Enkele voorbeelden hiervan zijn een verbod op het maken van (kinder)porno bij minderjarigen en is het eveneens verboden om een minderjarige te verleiden met giften of beloften van geld of goed tot het verrichten dan wel dulden van seksuele handelingen

Concluderend kun je dus stellen dat seks met minderjarigen in het algemeen verboden is, ook wanneer de minderjarige vrijwillig deelneemt aan de handelingen. Hoe jonger de minderjarige, hoe meer bescherming hij of zij geniet van de wetgever. Seksuele handelingen met kinderen tot twaalf jaar zijn uit den boze.6 De absolute strafbaarstelling op seksueel contact met kinderen jonger dan twaalf jaar maakt dat er ook geen afweging tussen bescherming en ontplooiing hoeft te worden gemaakt. De sociaal-ethische norm in de Nederlandse maatschappij brengt met zich mee dat ‘wij’ niet geloven in seksuele ontplooiing van kinderen beneden twaalf jaar, waardoor slechts bescherming overblijft. Daarom bevat artikel 244 Sr ook de term ‘seks’ en niet de term ‘ontucht’: bij bewijs van seks is deze namelijk per definitie in strijd met de sociaal-ethische norm. Personen tussen twaalf en zestien jaar zijn echter niet in alle opzichten weerloos. Wanneer er zich omstandigheden voordoen, bijvoorbeeld bij een gering leeftijdsverschil, kunnen bepaalde feiten niet zonder meer als ontuchtig worden aangemerkt.7 Met andere woorden: onder bepaalde omstandigheden kan het ontuchtige karakter van seksuele handelingen met een minderjarige tussen de twaalf tot zestien jaar ontbreken, bijvoorbeeld wanneer de seksuele handelingen vrijwillig plaatsvinden tussen personen die slechts in geringe mate in leeftijd verschillen.8 Belangrijk is of de met de jongere gepleegde seksuele handelingen al dan niet in strijd zijn met de sociaal-ethische norm.

Conclusie

Nederland heeft, in vergelijking met zijn buurlanden, een genuanceerd standpunt ingenomen door de strafbaarheid van seksuele handelingen onder jongeren afhankelijk te stellen van het ontuchtige karakter daarvan. Wel kenmerkt Nederland zich doordat het begrip ‘ontucht’ betrekkelijk vaag is. In Engeland wordt gesproken van sexual activity. In Duitsland van: sexuelle Handlung en in Frankrijk van: atteinte sexuelle. Vaagheid maakt het lastig voor justitiabelen om te weten waar ze zich aan hebben te houden.9

In het geval van de verliefden van vijftien en zeventien jaar lijkt het me veilig om te zeggen dat het stel in beginsel wel met elkaar mag vrijen, mits dat op een gemeenschappelijke instemming berust en de handelingen vrijwillig plaatsvinden. Let wel, een verschuiving van de sociaal-ethische norm hoeft niet te betekenen dat het hebben van een seksuele primeur gebonden is aan een (te jonge) leeftijd. Je vriendinnen kunnen ‘het’ dan wel gedaan hebben, je mag hopen dat ze dat zelf gewild hebben of ermee hebben ingestemd.

Noten en/of literatuur

1 Bron: HR 12 maart 2013, NJ 2013/437 met annotatie van N. Keijzer.

2 Een geldboete is in Nederland minimaal € 3 en maximaal € 820.000. Voor jongeren van 12 tot en met 17 jaar is de maximale hoogte € 3.900. Voor een overzicht van de verschillende categorieën en de maximale geldboetes, refereer ik naar de boetes-website van de rijksoverheid.

3 HR 30 maart 2010, NJ 2010/376 m.nt. Keijzer & N. Kluge, Sexualverhalten Jugendlicher heute, Weinheim: 1998, p. 32-43, 210-211.

4 De strafbaarheid van seksueel binnendringen onder jongeren is afhankelijk van de al dan niet ontuchtige aard van de gedragingen. Voor meer informatie over ontuchtige handelingen, zie: HR 30 maart 2010, NJ 2010/376 m.nt. Keijzer.

5 Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad kan worden afgeleid dat voor de vraag of een handeling ontuchtig is, van de bedoeling van de verdachte afhangt of een handeling die niet noodzakelijkerwijs een ontuchtig karakter heeft toch ontuchtig is. Bij handelingen die wel ‘noodzakelijkerwijs’ een ontuchtig karakter hebben, speelt de intentie een minder grote rol. Onderscheid lijkt voorts te moeten worden gemaakt tussen de vraag of het handelen seksueel van aard is en of het seksuele handelen ontuchtig is. De bedoeling speelt vooral een rol bij de eerste vraag. Op het ontuchtige karakter van zijn seksuele handelen moet de verdachte voorwaardelijke opzet hebben.

6 Bron: J.C.W. Gooren, ‘Ongelijkwaardige seks. Enkele reflecties op de strafrechtelijke handhaving van ontucht met jongeren’, DD 2011, nr. 10, p. 134.

7 Kamerstukken II 1990/91, 20 930, nr. 13, p. 4 en HR 24 juni 1997, LJN ZD0775, NJ 1997, 676.

8 Dat er wel sprake is van een vrijwilligheid aan de zijde van een slachtoffer van dezelfde leeftijd als de dader, zorgt er niet automatisch voor dat er in een bepaalde casus geen sprake meer kan zijn van ontucht. De wetgeving heeft immers bij de zedelijkheidswetgeving niet alleen de mensen in hun zelfbeschikkingsrecht willen beschermen, maar juist ook de afhankelijke, kwetsbare personen (zoals jongeren) willen beschermen tegen misbruik van hun afhankelijkheid en kwetsbaarheid door anderen. Hierbij is het van belang om te weten of de gepleegde handelingen – al dan niet met vrijwillige instemming – in een concreet geval in strijd waren met de sociaal-ethische norm.

9 HR 30 maart 2010, NJ 2010/376 m.nt. Keijzer.

Sadaf Edalat

 

Sadaf Edalat studeerde Gezondheidswetenschappen en Nederlands Recht aan de Universiteit van Maastricht. Haar affiniteit voor de gezondheid heeft haar doen besluiten om zich te specialiseren in het gezondheidsrecht. Momenteel is zij werkzaam als inspecteur bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *