Je eigen voedingssupplement in vier stappen

Je eigen voedingssupplement in vier stappen

Zo’n kwart tot de helft van de Nederlanders consumeert dagelijks voedingssupplementen. Naast bekende gezondheidsmerken als Roter, Davitamon en A. Vogel, bieden nu ook andere ondernemingen − zonder farmaceutische achtergrond − dergelijke supplementen aan. Sommige worden verkocht als aanvulling op het dagelijkse voedingspatroon, andere beloven betere sport- en/of studieprestaties. De scheidslijn tussen geneesmiddelen, homeopathische middelen en voedingssupplementen is niet altijd even duidelijk voor de consument. Al deze producten beloven immers een verbetering van de gezondheid. Het verschil tussen deze middelen zit hem in de samenstelling van het product. Zo bestaat een geneesmiddel uit een mix van chemische stoffen, een homeopathisch middel bevat een sterk verdunde hoeveelheid van een ziekteverwekkende stof, terwijl een voedingssupplement is opgebouwd uit vitaminen, mineralen en plantaardige stoffen.

Toezichthouders

De samenstelling van het middel heeft consequenties voor wet- en regelgeving en bepaalt welke instantie er verantwoordelijk is voor het toezicht en de controle. Homeopathische middelen en geneesmiddelen vallen onder de verantwoording van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG). Voedingssupplementen vallen daarentegen onder het ‘Warenwetbesluit voedingssupplementen’. Bij navraag over wie er verantwoordelijk is voor het controleren van voedingssupplementen blijkt dat zowel het Rijksinstituut voor Voedsel en Milieu (RIVM), het Voedingscentrum, het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), als de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) zich niet verantwoordelijk voelen. Toon van Wijk, woordvoerder van het ministerie van VWS, geeft aan: ‘De NVWA controleert de productie, samenstelling en etikettering van voedingssupplementen en kruidenpreparaten.’ Andersom wijst de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit naar het Voedingscentrum en het ministerie. ‘Dat vind ik aan het ministerie, of die vinden dat er meer toezicht op moet worden gehouden,’ aldus NVWA-woordvoerder Tjitte Mastenbroek.

 

Een kind kan de was doen

De onduidelijkheid die er heerst rondom de controle van de voedingssupplementen is extra zorgelijk omdat het kinderlijk simpel is om middels private labeling een eigen supplement op de markt te brengen. Private labeling houdt in dat een door een ander bedrijf ontwikkeld product onder een eigen merknaam en logo wordt verkocht. Het blijkt bij farmaceutisch bedrijf Triple Pharma mogelijk om in maar liefst ‘vier stappen’ een voedingssupplement te personaliseren en verkopen. Na het aanmaken van een account hoeft de ondernemer slechts de gewenste producten te bestellen en een label naar keuze te ontwerpen, voordat het voedingssupplement op de mat van de ondernemer ligt. De enige voorwaarde is dat de onderneming staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Hoewel de productie van het supplement in handen is van leveranciers en productontwikkelaars, ligt de verantwoordelijkheid van het product bij de ondernemer. ‘Voor voedingssupplementen geldt dat iedereen ze mag verkopen, mits je je houdt aan de regelgeving,’ vertelt Eddy Muller, eigenaar van Triple Pharma. De ondernemer moet ervoor zorgen dat hij alle gevaren controleert en een product op de markt brengt dat veilig is. Zo’n verantwoordelijkheid kan lastig zijn voor een bedrijf zonder farmaceutische kennis, geeft Muller toe, maar is wel mogelijk.

De trend

Als consument heb je − mits je een gezond voedingspatroon hebt − geen voedingssupplementen nodig, volgens de Richtlijnen Goede Voeding van de Gezondheidsraad. Toch slikken veel mensen pillen ter bevordering van de gezondheid, sport- en leerprestaties. Voor iedereen is er wat wils en de supplementen zijn gemakkelijk online verkrijgbaar. Voor een verbetering van de concentratie bieden bijvoorbeeld Stuvia (zie kader) en Braincaps concentratiepillen aan, terwijl Body & Fit juist middelen verkoopt die een bevordering van sportprestaties beloven. De werking van dit soort middelen wordt door experts in twijfel getrokken, want het effect ervan kan vaak niet wetenschappelijk worden aangetoond. Renger Witkamp, hoogleraar Voeding en Farmacologie, verklaart: ‘Bij 50 tot 60 procent van dit soort middelen zien we een placebo-effect. De helft zit tussen je oren. Je kunt bij wijze van spreken net zo goed een pepermuntje nemen.’ Vooralsnog bestaat er weinig zekerheid over een al dan niet positieve werking, omdat de controle van de werking en veiligheid van dit nieuwe en brede aanbod van voedingssupplementen door overheidsinstanties op zich laat wachten.

Rowan Koeleman

 

Rowan Koeleman, Lisanne Zwanenveld, Marie Louise Hoogendoorn en Myrthe van Gils studeerden samen Journalistiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Met het vak ‘Onderzoeksjournalistiek in de praktijk’ deden ze een maand onderzoek naar voedingssupplementen uitbrengen zonder het hebben van enige farmaceutische kennis.

Leave a Reply

Your email address will not be published.