Droom jij in kleur of in zwart-wit?

Droom jij in kleur of in zwart-wit?

Droom jij in kleur? Daar moet je misschien even over nadenken. Aristoteles, Freud en Descartes verklaarden in ieder geval van wel (Schwitzgebel, 2001), net zoals de meerderheid van de mensen in de meest recente studies over dit onderwerp. Toch lijkt dit niet altijd zo geweest te zijn. Zo gaven mensen in de eerste helft van de vorige eeuw stellig aan dat zij niet in kleur, maar in zwart-wit droomden. Maar vanaf eind jaren ’60 beweerde de meerderheid van de ondervraagden in een dergelijke studie weer in kleur te dromen. Wat kan dit verschil verklaren? En waarom lijkt het dat onze eigentijdse dromen meer overeenkomen met die van de grote oude denkers dan die van mensen in de eerste helft van de twintigste eeuw?

Kleurt tv of film kijken je dromen in?
Allereerst bestaat de kans dat wat we zien in ons dagelijks leven een effect op de kleur van onze dromen kan hebben. In de tijd van Freud (1856-1939) en zijn collega-filosofen waren er nog geen laptops, smartphones en smarttv’s, zij namen de wereld enkel en alleen waar met hun eigen ogen. In kleur. En toen kwamen vanaf 1895 de eerste bewegende films op het grote bioscoopdoek. In zwart-wit. Midden jaren ’30 van de vorige eeuw kwam de zwart-wit televisie in de Verenigde Staten op de markt en manifesteerde zich in meer en meer huiskamers. In Nederland was dit sinds 1951. En ook zwart-wit fotografie, hoewel al uitgevonden rond 1860, werd sinds de jaren ’40 gemakkelijker beschikbaar voor een breed publiek. Kortom: zwart-wit was it. 

Is het toeval dat steeds meer studies uit de jaren ’40 en ’50 laten zien dat het merendeel van de participanten verklaarde in zwart-wit of kleurloos te dromen? In 1942 zei maar liefst zeventig procent van de mensen dat er geen kleur te bekennen viel in hun dromen. En veertig procent gaf zelfs expliciet aan in zwart-wit te dromen (Middleton, 1942). De verklaring die hiervoor gegeven wordt is de mogelijke invloed van de opkomende zwart-wit beelden in die tijd. Wetenschappelijke meningen wat betreft dit onderwerp veranderden enigszins in de jaren ’60, gezien de opkomst van de kleurentelevisie en de groeiende populariteit daarvan. In een onderzoek van Kahn et al. (1962) gaf 83 procent van de participanten aan in kleur te dromen, wanneer zij in hun REM-slaap wakker werden gemaakt. Toen Middletons methode bijna zestig jaar later opnieuw in een onderzoek werd uitgevoerd leek het tij ook behoorlijk gekeerd. Slechts 4,4 procent gaf aan géén dromenkleuren te hebben en helemaal niemand droomde meer in zwart-wit (Schwitzgebel, 2003).

Kan het zo zijn dat iemand die jarenlang kijkt naar klassiekers als Casablance, It Happened One Night en Citizen Kane ook droomt in zwart-wit? Murzyn (2008) denkt van wel. Haar onderzoek bevatte twee groepen: mensen van boven de 55 jaar die zwart-wit televisie nog hadden meegemaakt, en mensen van onder de 25 jaar oud. De oudere groep verklaarde significant minder gekleurde dromen en meer dromen in zwart-wit te hebben dan de mensen onder 25 jaar. Toch zijn veel onderzoekers zoals Schwitzgebel (2001) er niet van overtuigd dat de media die we consumeren een dermate grote invloed op onze dromen kunnen hebben. Van de gemiddeld zestien uur dat we op een dag wakker zijn, is het bijna onwaarschijnlijk dat een zwart-witfilm van twee uur meer effect heeft op een droom dan de andere veertien uur uit iemands dag in kleur. Het is lastig om met volledige zekerheid te bepalen of mensen in kleur, in zwart-wit of kleurloos dromen. We kunnen namelijk, helaas, niet meekijken met de droom van iemand die slaapt. Wél kunnen we een kijkje nemen in de hersenen van een dromende persoon. Onderzoek suggereert dat gedeelten van het brein die zijn geassocieerd met kleurenperceptie een verhoogde activiteit tonen tijdens de REM-slaap (Schwitzgebel, Huang, & Zhou, 2006). Maar alleen die ontdekking is niet genoeg bewijs om voor eens en altijd te bepalen of we in kleuren dromen. Het enige dat we met volledige zekerheid kunnen stellen is hoe iemand zich een droom herinnert. 

Kleur je in terwijl je leest?
Het kan dus zo zijn dat onze dromen zich aanpassen aan de beelden die wij in ons dagelijks leven consumeren. Een andere populaire mening is dat onze herinneringen en associaties bepalen of dromen gekleurd of zwart-wit zijn. Schwitzgebel (2001) gebruikt hiervoor een passende analogie, namelijk een roman. Valt over een roman te zeggen of die in kleur of zwart-wit is? Eigenlijk niet. Pas wanneer de auteur specifiek een kleur benoemt, kan de lezer die kleur linken aan het woord, maar dan nog bepaalt de lezer zelf of dit gaat om een wijnrode, brandweerrode, of auberginerode kleur. Verder filosoferend kun je je dan afvragen of, als je alleen weet dat de jurk rood is, je zelf een kleur hebt toegewezen aan alle andere objecten en personen in een scène. Of zijn, zonder de aanwijzingen van de auteur, de schoenen van de hoofdpersoon, de auto en het huis in je gedachten kleurloos? Veel van ons lezen een boek te snel om aan alle objecten en subjecten een kleur toe te wijzen – we kijken immers niet naar een scène uit een kleurenfilm. 

Kleur je in terwijl je droomt?
En zo gaan misschien ook onze dromen te snel om elk (kleur)element te kunnen vaststellen. De vraag is namelijk in hoeverre ons geheugen een rol speelt in de kleur van onze dromen. Schredl (2008) ontdekte dat de meeste mensen hun dromen en droomelementen in kleur zien, máár bij veel dromen konden zij zich de specifieke kleuren niet meer herinneren. Toch had bij hen elke droom in ieder geval één kleurelement en was er geen enkel iemand van wie álle dromen in zwart-wit waren. We vergeten dus vaak dat we in kleur dromen. Vooral als proefpersonen al even wakker zijn, schatten ze het aantal zwart-witte en kleurloze dromen hoger in dan direct na het wakker worden (Murzyn, 2008). Wanneer we net opstaan en de droom nog vers in het geheugen zit, is de kans dus groter dat je je dromen in kleur herinnert. Dat zou een verklaring kunnen zijn voor het feit dat participanten in de jaren ‘40 en ‘50 aangaven veel in zwart-wit te dromen. Ze waren al langere tijd wakker.

Ook bij andere zintuiglijke waarnemingen is het onduidelijk of we die waarnemingen tijdens het dromen ervaren of die, wanneer we wakker worden, zelf ‘toevoegen’ aan de droom. Een herinnering aan een droom hoeft niet visueel te zijn. Sommige mensen herinneren zich een droom aan de hand van een gevoel of één van de andere zintuigen. In dromen kan een geur of een geluid soms meer betekenen dan hoe iets eruit ziet. Zicht is niet altijd het heersende zintuig, hoewel wel het meest voorkomende. Zo herinnerde 33 procent van de mannen en veertig procent van de vrouwen in een onderzoek zich dat ze in hun dromen reuk- of smaaksensaties ervoeren (Zadra. Nielsen, & Donderi, 1998). Stel dat je een chocoladetaart proeft in een droom. Proef je de taart dan terwijl je slaapt? Of word je wakker en proef je dán de smaak van cacao en boter? Dezelfde vraag kun je stellen over dromen in kleuren. Zien we een rode jurk in onze droom of worden we wakker en bedenken we dat de kleur van de jurk rood moet zijn geweest? Het kip of ei dilemma is er niets bij.

Bibliografie

Kahn, E., Dement, W., Fisher, C., & Barmack, J. E. (1962). “Incidence of color in immediately recalled dreams.” Science137(3535), 1054-1055.

Middleton, W. C. (1942). “The frequency with which a group of unselected college students experience colored dreaming and colored hearing.” The journal of general psychology 27, no.2: 221-229.

Murzyn, E. (2008). “Do we only dream in colour? A comparison of reported dream colour in younger and older adults with different experiences of black and white media.” Consciousness and Cognition 17, no.4: 1228-1237.

Schredl, M., Fuchedzhieva, A., Hämig, H., & Schindele, V. (2008). “Do we think dreams are in black and white due to memory problems?” Dreaming18, no.3: 175.

Schwitzgebel, E. (2002). “Why did we think we dreamed in black and white?” Studies in History and Philosophy of Science Part A 33, no.4: 649-660.

Schwitzgebel, E., Huang, C., & Zhou, Y. (2006). “Do we dream in color? Cultural variations and skepticism.” Dreaming 16, no.1: 36.

Zadra, A. L., Nielsen, T. A., & Donderi, D. C. (1998). “Prevalence of auditory, olfactory, and gustatory experiences in home dreams.” Perceptual and motor skills 87, no.3: 819-826.

Nadat Joy Leering haar bachelor Communicatiewetenschap binnensleepte, begon ze aan de master Journalistiek en Nieuwe Media aan de Universiteit Leiden, die zij in 2020 afrondde. Met een brede interesse en journalistieke blik op maatschappelijke thema’s probeert Joy als algemeen redactielid bij Blind verschillende onderwerpen vanuit interessante en originele academische invalshoeken te benaderen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *