Ik zie, ik zie wat jij niet ziet, en de kleur is…

Ik zie, ik zie wat jij niet ziet, en de kleur is…

Sanne van der Marck

Illustratie: Jetske van Dorp

Antropoloog Alexandre Surrallés zit samen met een aantal Candoshi-bewoners uit Peru rond een tafel. Op de tafel ligt een geel-oranje stukje hout. Hij wil de bewoners vragen welke kleur zij denken dat het houtje heeft, maar heeft moeite met het formuleren van die vraag. In de taal van de Candoshi-bevolking bestaat er namelijk geen woord voor kleur en ook geen woorden om verschillende kleuren mee aan te duiden. Als Surrallés dan maar vraagt wat het houtje is, barst er een discussie los tussen de dorpsbewoners. Kleurnamen worden niet genoemd, in plaats daarvan vragen de Candoshi-bewoners zich af of het als gember is of als vis (Jones 2017). Dit is niet de eerste keer dat onderzoekers erachter komen dat talen van verschillende culturen andere kleurbenamingen hebben. Zo heeft Dani, een taal uit Nieuw-Guinea, ook geen namen voor kleuren, maar wordt alles aangeduid als ‘donker’ of als ‘licht’. De Inuit hebben juist veel méér aanduidingen voor kleuren dan alle andere talen (Petterson 1982).

De verschillen in kleurbenaming roepen de vraag op of de perceptie van kleur ook verschilt. Anders gezegd, kunnen we met zekerheid zeggen dat de kleur die ik zie ook door jou gezien wordt? Onderzoek lijkt te suggereren dat dit niet zo is, zo verschilt het bijvoorbeeld per persoon of de kleur geel-groen als geel of als groen wordt geïnterpreteerd (Kuehmi 2004). Kleur lijkt dus niet zo objectief als wij denken. Hoe komt dat?

Weerkaatsing van kleur

Daarvoor moeten we eerst een klein uitstapje terug naar de middelbare school maken, en begrijpen wat kleuren op natuurkundig niveau zijn. Het idee dat kleur objectief is, komt voort uit onze intuïtieve gedachten dat objecten kleur bevatten, zoals objecten ook vorm en volume hebben. En alhoewel kleur inderdaad ook een eigenschap van een object is, werkt dit toch nét even anders dan bij bijvoorbeeld vorm. Objecten bevatten namelijk geen kleur, maar weerkaatsen kleur. De atomen waaruit het object bestaat, bepalen welke golflengtes van het licht geabsorbeerd en weerkaatst worden. Verschillende golflengtes corresponderen met verschillende kleuren: als bijvoorbeeld de golflengte van rood (620-750 nm) door het object wordt weerkaatst, dan zien wij het object als rood. Licht is dus essentieel, en zonder licht bestaat er ook geen kleur. Daarom zien wij in het donker ook geen kleur.

Het weerkaatste licht dat ons oog bereikt, wordt vervolgens opgevangen door het netvlies. Hierin zitten lichtgevoelige receptoren: kegeltjes en staafjes. Voor het zien van kleur zijn de kegeltjes het belangrijkst. Het zijn eigenlijk vrij simpele receptoren; het enige dat ze registreren is of er licht is en hoe fel het licht is. Mensen hebben drie verschillende soorten kegeltjes die allemaal het gevoeligst zijn voor een andere golflengte van licht. Hierdoor ontstaat contrast, en uiteindelijk ook kleur. Het licht dat kegeltjes registreren wordt daarna omgezet in een elektrische lading, en die lading wordt naar de hersenen gestuurd. De hersenen verwerken vervolgens de elektrische lading en maken daar dan kleur van.  

Hoe ziet de pure tint van ‘groen’ eruit?

De drie bovengenoemde kegeltjes zijn gevoelig voor rood, groen of blauw. Deze kleuren vormen de basis van alle kleuren die we kunnen waarnemen. Daarnaast zijn er vier kleuren die één pure tint bevatten: rood, groen, blauw en geel. Dat betekent dat de pure tint van geel geen blauwe en rode tinten bevat, de pure tint van blauw geen rode en gele tinten bevat, de pure tint van rood geen blauwe en gele tinten bevat en pure tint van groen geen blauwe of gele tinten bevat.

Een groot aantal wetenschappers heeft onderzocht op welke golflengtes deze pure tinten zitten, en verrassend genoeg verschilden de resultaten onder de proefpersonen. Zo zit bijvoorbeeld de pure tint van groen tussen de 490 en de 555 nm en de pure tint van geel tussen de 544 en de 594 nm. Naast dat de pure tinten dus voor iedereen op andere golflengtes zitten, is er ook overlap. Dat betekent dat wat voor één persoon een pure groene tint is, voor de ander een pure gele tint kan zijn. Hetzelfde geldt voor blauw en groen. Het is dus niet zo dat ieder mens dezelfde kleur ervaart als hij of zij naar hetzelfde object kijkt (Kuehmi 2004).

De Jurk

Niet alleen golflengtes worden door iedereen anders vertaald, ook de omgeving beïnvloedt ieders kleurwaarneming. Een voorbeeld hiervan is De Jurk. De Jurk is een foto van een blauw-zwarte jurk die door veel mensen als goud-wit wordt ervaren. De foto ging in 2015 viral, en online ontstond er een tweestrijd onder de hashtags: #blackandblue en #goldandwhite. Beide kampen waren overtuigd van hun gelijk, maar uiteindelijk is de jurk toch echt blauw-zwart.

De originele foto van ‘The Dress’ (De Jurk). Bron: https://en.wikipedia.org/wiki/The_dress

De reden dat niet iedereen de foto met dezelfde kleuren ziet, is dat iedereen de lichtbron van de foto verschillend interpreteert. Het blijkt dat de mensen die denken dat de foto in de schaduw is genomen de jurk als goud-wit waarnemen, terwijl de mensen die denken dat de foto in vol licht is  genomen de jurk als blauw-zwart waarnemen. Doordat de foto overbelicht is, kunnen veel mensen de lichtbron slecht inschatten, en hierdoor ontstaan verschillende kleuren interpretaties van De Jurk.

Dit voorbeeld onderstreept niet alleen het belang van licht in de perceptie van kleur, maar toont ook aan dat kleur voor een groot deel mentaal wordt bepaald. De hersenen van de mensen die onbewust denken dat de foto in de schaduw genomen is, trekken de schaduwkleur van de kleur van de jurk af. Omdat schaduwen blauw licht veroorzaken, interpreteren die mensen de jurk als goud-wit. De hersenen van de mensen die onbewust denken dat de foto in fel licht is genomen, trekken juist de gele kleur van het licht van de jurk af, en dan wordt de jurk als blauw-zwart geïnterpreteerd.

Een mogelijke verklaring voor dit verschil zou kunnen zijn dat #blackandblue avondmensen zijn, terwijl #goldandwhite ochtendmensen zijn. Ochtendmensen staan vroeger op en worden meer aan daglicht blootgesteld, terwijl avondmensen meer aan kunstmatig licht worden blootgesteld. Ochtendmensen gaan er daardoor eerder van uit dat de jurk zich in de schaduw bevindt, terwijl avondmensen er eerder van uitgaan dat de jurk belicht wordt (Van den Berg 2017).

Jij ziet dus niet de kleuren die ik zie. Maar ondanks dat kleur bepaald wordt door de weerkaatsing van licht op een object, dat het aan de atomen van dat object afhangt welke golflengte dit oplevert en dat de elektrische lading veroorzaakt door deze golflengte door alle hersenen anders worden vertaald, kunnen we nog steeds begripvol met elkaar over kleuren praten. Hoe bijzonder is dat?

Bibliografie

Jones, Nicola. “Do You See What I See?” Sapiens, 9 Februari 2017.

Kuehmi, Rolf G. “Variability in Unique Hue Selection: A Surprising Phenomenon.” Color Research and Application, 2004: 158-162.

Petterson, Rune. “Cultural Differences in the Perception of Image and Color in Pictures.” Educational Communication and Technology ,, 1982: 41-53.

Van den Berg, Marysa. “Wetenschap verklaart kleur van ‘de jurk’.” KIJK, 10 April 2017.

 

Sanne van der Marck studeert Filosofie aan de Universiteit van Amsterdam. Voordat ze bij deze studie belandde heeft ze een jaar Biomedische Wetenschappen en een jaar Gezondheidswetenschappen gestudeerd. Ze wil deze achtergrond met filosofie combineren door zich te gaan specialiseren in de medische ethiek en de fenomenologie. Bij Blind hoopt ze de wereld op net een andere, onverwachte, manier te kunnen beschrijven.

Leave a Reply

Your email address will not be published.