Het grensvlak van angst

Een interview met psychiater en filosoof Gerrit Glas

Het grensvlak van angst

Een interview met psychiater en filosoof Gerrit Glas

Wat verstaat u onder het concept angst?
“Concept betekent begrip; het concept angst is het begrip, dat is: de uitgekristalliseerde betekenis, die we van het verschijnsel angst hebben. Er is niet één concept angst, maar er zijn allerlei concepten van angst. Angst is een heel veelvormig fenomeen. Angst kan de lichte vlaag van ongerustheid zijn die door ons heen trekt bij de gedachte aan iets in de toekomst. Maar ze kan ook een razende paniek zijn die door ons lijf heen giert en waar we helemaal aan overgeleverd zijn. Angst kan zich vooral mentaal manifesteren, maar in andere gevallen staan juist de lichamelijke verschijnselen op de voorgrond.

In de meeste gebruikelijke definities van angst speelt ‘gevaar’ een rol: angst is gerelateerd aan een bepaald gevaar in het heden of in de toekomst.

Er is geen heel scherpe scheiding tussen normale en pathologische angsten. Meestal wordt het onderscheid gemaakt op basis van het al dan niet realistisch zijn van de inschatting van gevaar. Als midden in een weiland een stier op mij af komt stormen, is het gevaar reëel. Als ik bij de zoveelste herinnering aan deze gebeurtenis in een volkomen veilige omgeving, bijvoorbeeld thuis, nog steeds even panisch wordt, is er iets mis.”


Komt angst voort uit een reeds aanwezige fobie of neurose, of ligt een diepgewortelde, existentiële angst ten grondslag aan het ontstaan van symptomen?
“De relatie tussen angst en fobie of neurose is niet eenduidig; er zijn fobieën zonder achterliggende existentiële component; er zijn existentiële angsten los van fobische angsten; en er zijn existentiële angsten die de voedingsbodem vormen van fobische of andersoortige vormen van angst.”


Wat houdt de antropologische dimensie van angst precies in? Is het een diepere fundamentele vorm van angst die ten grondslag ligt aan de meer ‘oppervlakkige’ angstklachten?
“Zo zou je het kunnen zien; overigens gebruik ik tegenwoordig vaker het woord existentiële angst dan het woord antropologische angst. Het ingewikkelde van de antropologische, dieper liggende angsten is dat ze wel een thema hebben maar geen object. Het zijn geen angsten voor iets bepaalds, een bepaalde situatie of een bepaalde entiteit (spinnen, onweer, monsters). Het is een angst zonder duidelijk object, een angst die meer een soort algemene houding ten opzichte van het bestaan uitdrukt (en dus een thema). Neem als voorbeeld doodsangst: er is angst voor het doodgaan zelf, het moment of het proces; dat is geen existentiële angst in mijn (wat strenge) definitie, want de angst gaat over iets min of meer tastbaars. Maar doodsangst in engere zin beheerst je hele leven; het is een soort verlamming van het bestaan, het hele bestaan komt in het teken te staan van de mogelijkheid van het eigen niet-meer-bestaan. Als gevolg daarvan kan men niet voluit leven en is er als het ware steeds een voorbehoud. Dat voorbehoud kan zover gaan dat mensen nergens meer aan toe komen en niet in staat zijn om te leven.

Het voorbeeld van doodsangst laat overigens al zien dat de twee angsten in de praktijk door elkaar kunnen lopen. De concrete angst voor de dood heeft dan een existentiële basis, ze is een verlamd zijn door de mogelijkheid van de eigen bestaansonmogelijkheid, om Heidegger te citeren.”


Past deze visie wel binnen de huidige psychiatrie?
“Ja en nee. Ja, omdat het steeds vaker weer over existentiële aspecten van de zorg aan en de problemen van patiënten gaat. Anderzijds is er echter een sterke hang naar verwetenschappelijking, waarbij de verwijzing naar de innerlijke samenhang tussen symptomen en het levensverhaal irrelevant wordt.”


Hoe vertaalt de kennis over de antropologische dimensie van angst zich naar een behandeling?
“Het belangrijkst is openheid bij de hulpverlener voor de existentiële laag in de angst. Men moet er op letten. Als er inderdaad sprake is van angst met een existentiële betekenis, dan is het eigenlijk altijd goed om deze te expliciteren. Dat bevordert dat de patiënt zich gezien voelt en ervaart dat zij meer is dan haar stoornis.”


Wat is de meest effectieve behandeling tegen angst?
“Dat hangt af van het soort angst en de samenhang met factoren die de angst uitlokken en onderhouden. Existentiële angsten moeten besproken worden en daarnaast vooral in het gewone leven tot aanvaardbare proporties teruggebracht worden, door afstemming op anderen en door vermijding van isolement.”


Iedereen heeft in het alledaagse leven in meer of mindere mate te maken met angst. Hoe zorg je ervoor dat de angst niet de leiding neemt in je leven? Oftewel: hoe ben je je angst de baas?
“Ook dat hangt erg van de situatie af en de persoon die je bent. Vaak helpt het om niet te gaan vermijden, maar de koe bij de horens te vatten en moeilijke dingen direct aan de orde te stellen. Verder helpt het ook als je merkt dat je op een bepaald gebied van je bestaan wel goed functioneert. Afleiding in de vorm van werk en plezierige activiteiten helpt.”


Wat vindt u zo intrigerend aan angst?
“Angst heeft iets ongrijpbaars. Het kan een heel sterke kracht zijn in het leven van mensen. Hoe komt het dat de ene persoon rustig blijft onder bepaalde omstandigheden en zich opgewassen voelt tegen de situatie, terwijl een ander staat te beven als een rietje terwijl er objectief eigenlijk geen verschil is tussen de ene en de andere persoon als het gaat om capaciteiten en realiteitszin. Wat me ook intrigeert, is dat het hele bestaan van mensen in het teken kan staan van de angst; dat de angst een grondhouding is geworden.”


Vergt angst vanuit een filosofisch perspectief een andere benadering dan vanuit de geneeskunde?
“Ja. Vooropgesteld, er is niet één filosofisch perspectief. En ook de geneeskunde, c.q. de psychiatrie, kent allerlei theoretische benaderingen om tegen de angst aan te kijken. De filosofie richt zich op allerlei kentheoretische en antropologische vragen. Kentheoretisch is bijvoorbeeld de vraag hoe het ene verklaringsmodel zich verhoudt tot het andere verklaringsmodel van angst.”


Vindt u dat u als psychiater in de praktijk anders te werk gaat dan uw collega’s?
“Ik kan dat moeilijk nagaan, zo vaak kijk ik niet mee met ervaren collegae. Ik denk wel dat er verschil is. Dat is overigens niet primair het gevolg van verschil in kennis (ook ik leer voortdurend bij), maar vooral het gevolg van een verschil in attitude. Ik sta open voor moeilijk te benoembare grondhoudingen en probeer daar samen met de betrokkene woorden voor te vinden.”


Bent u zelf ergens bang voor?
“Ik heb enigszins hoogtevrees, helaas.”

Dit interview is geschreven door Blind-redacteur Annefleur Langedijk.

Gerrit Glas

Gerrit Glas is zowel psychiater als filosoof. Hij verdiept zich graag in de grensvlakken tussen geneeskunde, filosofie, neurowetenschappen, maatschappij en ethiek. Gerrit zijn interesse heeft altijd al bij angst gelegen, vandaar dat hij hierop promoveerde met het proefschrift ‘Concepten van angst en angstoornissen’. Tegenwoordig is Gerrit werkzaam als psychiater voor de Dimence Groep, een instelling voor geestelijke gezondheidszorg, en tevens is hij bijzonder hoogleraar filosofie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. In dit interview vertelt Gerrit over angst vanuit een zowel medisch als filosofisch perspectief.

Leave a Reply

Your email address will not be published.