Het mensbeeld van de Thora

Leren tot in de komende wereld

Het mensbeeld van de Thora

Leren tot in de komende wereld

Religie, intelligentie en leren hebben meerdere raakvlakken. Zo wordt religie in stand gehouden door lerende en intelligente volgelingen. Dit geldt bij uitstek voor het jodendom, waar het leren van de Thora centraal staat. Dit artikel bevat een samenvatting van het hoofdstuk ‘Leren tot in de komende wereld’ uit Het mensbeeld van de Tora (Van ‘t Riet, 2006), waarin de rol van leren binnen het jodendom zal worden toegelicht. Daarnaast wordt de relatie tussen leren en intelligentie ter discussie gesteld. In hoeverre bevordert religieus leren intelligentie, en andersom? 

De Thora als beginselprincipe

Het woord Thora wordt in eerste instantie gebruikt voor de eerste vijf boeken van de Hebreeuwse Bijbel (Genesis, Exudus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium) en voor de uitleg daarvan die eeuwenlang mondeling werd overgeleverd. Het woord betekent in het Hebreeuws dan ook leren of onderwijzen. Alle teksten in de Thora staan in verband met elkaar, ze bevatten verwijzingen naar andere geschriften of uitspraken, waarbij het voortdurend gaat om de samenhang van de losse delen. Door deze letterlijk te lezen bestaat de kans op misinterpretatie. 

Elke jood is verplicht tot het bestuderen van de Thora. Het geschrift geeft aanwijzingen voor het leven en is in dat opzicht een leerboek. Zowel de schriftelijke bestudering als de mondelinge leer zijn essentieel. De interpretatie van de geschreven Thora is minstens zo belangrijk als het geschrift zelf. Het boek moet eigenlijk steeds opnieuw worden bestudeerd ‘want alles is in haar bevat’ (p. 32). 

De leerzaal heeft, net als de synagoge, een centrale plaats in het jodendom. In de geschiedenis van het jodendom wordt zelfs beweerd dat voorafgaand aan het gebedshuis de joden de leerzaal zouden hebben gesticht. Dit zegt veel over de essentiële rol van leren. Zo is het wel mogelijk een synagoge in een leerhuis te transformeren maar andersom, een leerhuis in een synagoge niet, aangezien dit een waardevermindering zou betekenen. 

Levenslang leren

Levenslang leren speelt een cruciale rol binnen de traditie van het jodendom. Kinderen beginnen al vroeg met het leren van de basisideeën uit het jodendom. Dit doen zij in de eerste plaats in het gezin. De bar of bat mitswa volgt jaren later en bezegelt de religieuze meerderjarigheid van een dertienjarige jongen en een twaalfjarig meisje. Vanaf dit moment zijn deze jongvolwassenen verantwoordelijk voor de rol van leren in hun eigen leven, waarbij doorzettingsvermogen en wilskracht belangrijke uitgangspunten zijn. Daarnaast wordt aangenomen dat zij de lessen uit de Thora toepassen op hun eigen leven.

Het is onmogelijk om een eindstadium van leren te bereiken, zelfs voor geleerden en docenten. Een belangrijk uitgangspunt is dat als een docent stopt met leren, hij niet meer in staat is te onderwijzen. Lesgeven is slechts mogelijk als men zelf blijft doorleren. Het individu leert dus van kinds af aan zijn hele leven door. 

De maatschappij

Het onderwijs van de Thora is een allesomvattende vorm van educatie. De gemeenschap moet ervoor zorgen dat er gelegenheid is om te leren. Hoewel het huidige onderwijssysteem is verdeeld in verschillende vakken, integreert het Thoraonderwijs alles in één. Daarbij staat het beroep van onderwijzer hoog aangeschreven: ‘door te onderwijzen bewandelt men de wegen die tot kennis van de Thora leiden’ (p.44). Daarvoor dient de onderwijzer echter zelf wel te blijven leren. 

Overigens wordt er binnen het jodendom één en ander gerelativeerd in zoverre dat voor het dagelijkse leven ook materiële zaken van belang zijn, door enkel te leren is een fatsoenlijk bestaan niet mogelijk. Geleerden beoefenen naast het onderwijzen vaak nog een ander beroep, wat noodzakelijk is voor het draaiende houden van de samenleving.

Leermethodiek

Het leerproces omvat zowel het doel om de Thora te leren kennen als het leren uitvoeren van de Thora in het dagelijkse leven. Leren is dus een voorbereiding op het doen. De leermeester is daarbij letterlijk het levende voorbeeld: door te kijken naar zijn handelingen kan de leerling vele aspecten van de Thora toegepast zien worden. Door het leergesprek dat leraar en leerling voeren, ontstaat een persoonlijke relatie, waarbij discussie niet wordt geschuwd. Zolang de vrede boven de waarheid wordt gesteld is het debat van grote betekenis. Dit geeft enkel aan dat ieder de Thora op zijn eigen manier interpreteert en geeft juist de mogelijkheid van elkaar te leren. Het is geen toeval dat een essentiële gedachte die men tevens terugvindt in de Thora luidt: ‘veel heb ik geleerd van mijn leraren, meer nog van mijn studiegenoten, maar het meeste van mijn leerlingen’ (p.36). Door een constante reflectie op afwijkende opvattingen krijgen leraar en leerling een verbeterd of nieuw beeld van de traditie en blijft deze in beweging.

Samen leren wordt in het Thoraonderwijs buitengewoon gewaardeerd, aangezien dit zou leiden tot het uitwisselen van verschillende inzichten. Het principe dat kennis van anderen afkomstig is, wordt in deze zin in stand gehouden. Daarbij erkent het jodendom wel dat het leerresultaat niet bij iedereen gelijk kan zijn en dat iedereen op zijn eigen manier hoort te leren. Dit wil zeggen dat het jodendom het verschil in intelligentie wel degelijk inziet. Er wordt dan ook voornamelijk waarde gehecht aan de inzet die men toont bij het bestuderen van de Thora en niet zozeer aan de intelligentie die deze inzet onderstreept. Wel kan mogelijk worden gesteld dat door voortdurend een beroep te doen op onder andere de cognitieve ontwikkeling, de intellectuele capaciteiten van het individu op deze manier maximaal tot hun recht kunnen komen.

De leermethodiek van de Thora bestaat uit vijf studieregels, (1) leer permanent, (2) herhaal, (3) leer individueel en collectief, (4) leer door in praktijk te brengen en (5) plan het eigen leren. Deze studieregels maken niet alleen dat de lerende zijn leerprestaties vergroot, het is tevens een permanente cyclus van inzichten en reflectie. ‘Er wordt wel gesteld dat het er op den duur niet meer om gaat wat je met de kennis doet, maar wat de kennis met jou doet,’ (p.43), wat betekent dat de invloed van kennis zijn weerslag heeft op de persoon die leert.

Leren en het mensbeeld van de Thora

Het mensbeeld van de Thora draait om verhouding tot God. Door te beseffen wie hij is, kan de mens zich een beeld vormen van het hogere doel. De relatie tussen dier, mens en God is het beginpunt voor deze plaatsbepaling. Door de Thora te bestuderen zouden mensen het goede van het kwade leren onderscheiden en worden aangespoord het goede te kiezen en het slechte te laten. Het is echter niet vanzelfsprekend dat zij daadwerkelijk het goede doen. Vrijheid en verantwoordelijkheid zijn belangrijke begrippen. Hoewel zij tegengesteld aan elkaar lijken, is de dualiteit tussen deze begrippen juist essentieel voor het mensbeeld van de Thora. 

God is de heilige leermeester en de mens zou in contact met Hem kunnen komen door leren van de Thora. De Talmoed stelt dan ook: ‘Bij wie is God? Bij degene die leert.’ De bewering dat tussen God en de mens een leerproces staat, toont de schakel die het leren vormt: de mens dient te leren als weg naar God. Door de Thora te leren en te leven wordt het ultieme doel nagestreefd: het verbeteren van zichzelf en van de wereld, waarbij de mens als partner van God fungeert.

Intelligentie en motivatie worden sterk gewaardeerd binnen het jodendom. De centrale rol die leren speelt in het jodendom zou een verklaring kunnen bieden voor het relatief grote aantal joodse geleerden in de seculiere wetenschappen, Marx, Freud en Einstein zijn klinkende namen met een joodse achtergrond. Bovendien zijn van de 750 Nobelprijswinnaars 163 van joodse afkomst (Jewish Virtual Library), een percentage van bijna 22 % terwijl joden slechts 0,2 % van de wereldbevolking uitmaken (Ter Horst, 2009).

Zijn joden daarmee intelligenter dan mensen die een andere of geen religie aanhangen? Bevordert het jodendom intelligentie? Is het dan ook mogelijk dat mensen niet intelligent genoeg zijn om de joodse traditie te beoefenen? Laat Blind weten hoe u hierover denkt en reageer op dit artikel.

Noten en/of literatuur

Jewish Virtual Library, Jewish Nobel Prize Winners,http://www.jewishvirtuallibrary.org/jsource/Judaism/nobels.html (11 juni 2010).

Ter Horst, F., Joodse Nobelprijswinnaars,http://www.franklinterhorst.nl/Nobelprijswinnaars.htm, (2 maart 2010).

Van ‘t Riet, P., Het mensbeeld van de Tora, Kampen, 2006.

Peter van ‘t Riet verdiept zich in de facetten van het jodendom. In 2006 verscheen Het mensbeeld van de Tora, in 2008 gevolgd door De filosofie van het scheppingsverhaal.

Leave a Reply

Your email address will not be published.